Eindtermen MTA & MTB

Opbouw van dit document

In dit document staan de cognitieve eindtermen van de theorieopleidingen MTA & MTB. Hoewel het gescheiden aangeboden opleidingen zijn, met afzonderlijke examineringen, worden ze als één geheel beschouwd: MTA & MTB.

Dit document bevat de volgende rubrieken:

  1. Typering van beroepenveld in relatie tot de opleidingen MTA & MTB.
  2. Opleidingsindicaties MTA & MTB
  3. Cognitieve eindtermen en -sub-eindtermen MTA & MTB per vak.

 

Rubriek 1: Typering van het beroepenveld in relatie tot MTA & MTB

Beroepstypering

De volgende beroepstypering is ontleend aan het beroepsprofiel van de Vereniging van Ziekenhuis Instrumentatietechnici (VZI). Medisch Technici (MT) houden zich in de eerste plaats bezig met het onderhoud en testen van medisch-technische apparatuur/systemen; ze voeren, onder andere, zelfstandig reparaties, kalibraties en periodieke veiligheidsmetingen uit, volgens vastgestelde richtlijnen en protocollen. Daarnaast hebben ze een adviserende taak bij de aanschaf van de medisch-technische apparatuur/systemen. Hoewel de MT alle algemeen voorkomende eerstelijns-werkzaamheden moet kunnen verrichten, kent het beroep ook specialisaties, bijvoorbeeld MT voor nierfunctievervangende technieken (hemodialyse) of MT voor ioniserende straling producerende installaties, zoals röntgenapparatuur, versnellers en CT-scanners.

Medisch-technische apparatuur

De medische techniek, waarnaar de benaming MT verwijst, heeft een specifiek karakter. Medisch-technische apparatuur is voornamelijk analoog/digitaal elektronische meet- en regelapparatuur, met een steeds groter wordend aandeel van embedded software. Daarnaast vormt deze elektronische apparatuur in toenemende mate onderdeel van complexe computernetwerken en gegevens verwerkende systemen die de (medische) informatie uit die elektronische apparatuur verwerkt.

Takenpakket van de MT

De MT is onderdeel van een groter geheel. Primair is hij deel van een team van technici, die gezamenlijk een taak te verrichten hebben: het verzorgen van de gehele levenscyclus van de medisch-technische apparatuur/systemen. De MT heeft echter ook te maken met ‘cliënten’: medici, verpleegkundigen, paramedici en patiënten. Dat betekent dat ook sociale en communicatieve vaardigheden een rol spelen in de dagelijkse uitoefening van de taken van de MT. Zo moet de MT instructie/onderricht kunnen geven aan gebruikers van medisch-technische apparatuur over de werking en de mogelijke risico’s en milieutechnische eisen van het gebruik ervan. Disfunctioneren of verkeerd gebruik van medische apparatuur/systemen kan voor de patiënt, gebruiker of collega’s ernstige of zelfs fatale gevolgen hebben. Daarom heeft de MT een verantwoordelijk beroep: veilig werken en optimale vakkennis staan voorop.

Aangezien de MT geregeld werkt met potentieel gevaarlijke stoffen, heeft hij tevens verantwoordelijkheden ten aanzien van het milieu.

Bij – en nascholing

Door voortdurend veranderende (medische) technologieën en veranderende inzichten ten aanzien van zijn taak wordt van de MT gevraagd d.m.v. bij– en nascholing hierin steeds mee te groeien: een beroepsleven lang leren.

 

Complexiteit

De gekwalificeerde beginnend beroepsbeoefenaar zal aanvankelijk verantwoordelijk zijn voor een eigen, beperkt takenpakket, onder hiërarchische verantwoordelijkheid van een meer ervaren MT. De complexiteit van zijn takenpakket zal aanvankelijk grotendeels routinematig van karakter zijn, gebaseerd op (geautomatiseerde) standaardprocedures, die uitsluitend functiegebonden kennis en -vaardigheden vereisen.

Na verloop van tijd zal zijn werk over het algemeen (dat geldt dus niet voor elke MT) complexer worden, met meer verantwoordelijkheid en minder routinematige taken. We zien daarbij in de loop der jaren ook een toename van steeds meer noodzakelijke beroepsonafhankelijke kennis en vaardigheden (zoals sociale, communicatieve en politieke competenties).

Beroepsopleiding

De theorieopleidingen MTA & MTB zijn op de hierboven beschreven beroepstypering gerichte opleidingen, bedoeld voor Medische Technici in Opleiding (MTIO), die werken in een ziekenhuis of bij een leverancier van medisch-technische apparatuur.

 

Vooropleiding

Uitgangspunt in het beroepsprofiel is dat de MTIO minimaal een middelbaar technische vooropleiding in de elektrotechniek/elektronica/informatietechniek, op niveau NLQF-4, heeft gevolgd en met succes heeft afgerond. Het curriculum van MTA & MTB is bedoeld om – voortbouwend op die vooropleiding – de MTIO specifieke kennis en inzichten te laten verkrijgen in de medische technologie in het algemeen en over medisch-technische apparatuur/systemen in het bijzonder. Ook wordt de MTIO getoond hoe die kennis wordt toegepast in het dagelijkse werk van de MT.

MTA & MTB zijn, in die zin, vooral een verbreding en een verdieping van de technische vooropleiding.

Typering opleidingen MTA & MTB in het beroepenveld

Bij de curriculumconstructie van de theorieopleidingen MTA & MTB is het beroepsprofiel van de Vereniging van Ziekenhuis Instrumentatietechnici (VZI), als belangrijkste vertegenwoordiger van het beroepenveld, leidend. Ook andere documenten, zoals het ‘Convenant Veilige Toepassing van Medische Technologie in het Ziekenhuis’, alsmede documenten over veiligheid en risicoanalyse in specifieke toepassingsgebieden, spelen een rol.

MTA & MTB zijn uitsluitend theoretisch van aard.  Hierbij is het verplicht dat de MTIO zich de noodzakelijke praktische vaardigheden eigen maakt in de beroepspraktijk. In die zin is de opleiding van de MTIO op te vatten als op de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) lijkende opleidingen, zoals die in het mbo bekend zijn.

 

Niveau-indeling

Het niveau van de gezamenlijke opleiding MTA & MTB is te karakteriseren als MBO 4+, dus als EQF-niveau 4, in het bijzonder NLQF-niveau 4+.

 

Kwalificatie uitstroomniveau: NLQF 4+ (EFQ-4), (MBO-4+)

Gekwalificeerd beginnend beroepsbeoefenaar

De MTIO die MTA & MTB met goed gevolg heeft afgerond, en die tegelijkertijd voldoende relevante praktijkervaring in het werkveld heeft opgedaan, wordt beschouwd als gekwalificeerd, beginnend beroepsbeoefenaar met de titel MT.

Betreffende het aantal praktijkuren: zie bijvoorbeeld de ReCer-certificatienormen 2019 van de beroepsvereniging VZI). Ook is het aantal praktijkuren, verdeeld over diverse specialismen, vermeld in het eindtermendocument MT van het CZO.

 

Rubriek 2: Opleidingsindicaties MTA & MTB

Geschiedenis van de opleidingen

De theorieopleidingen MTA en MTB zijn een vervolg op de opleidingen LMA en LMB (Leergang Medische techniek A, respectievelijk B), die vanaf circa 1975 tot 1997 werden verzorgd door de NTS (Nederlandse Technische School). In 1997 nam Intop Zorgsector deze opleidingen van de NTS over en introduceerde de benamingen Medische Technologie A (MTA) en Medische Technologie B (MTB). In 1997 werd tevens de Examen- en Curriculumcommissie Medische Technologie opgericht. In 1998 werd de eerste opleiding MTA door Intop Zorgsector verzorgd.

Examen- en Curriculumcommissie Medische Technologie

De Examen- en Curriculumcommissie Medische Technologie, een commissie met vertegenwoordigers uit het beroepenveld, houdt toezicht op het opstellen en naleven van het examenreglement, de uitvoering van de examens, de beoordelingsprocedure, het beoordelen van nieuwe examenopgaven, het actualiseren van de examenopgaven en de afhandeling van eventuele klachten. De Examen- en Curriculumcommissie, of namens de Examen- en Curriculumcommissie een gecommitteerde, houdt toezicht op de wijze waarop het examenreglement bij een examen wordt nageleefd.

De Examen- en Curriculumcommissie wordt voorgezeten door een klinisch fysicus, terwijl er binnen de commissie een tweede klinisch fysicus is benoemd, die zich speciaal bezighoudt met het vakgebied van de stralingsfysica en stralingshygiëne. Daarnaast heeft de Examen- en Curriculumcommissie twee leden van de Vereniging van Ziekenhuis Instrumentatietechnici (VZI) en een lid namens de branche van leveranciers van medisch-technische apparatuur (NVTG). In verband met de opleiding MTC, een theorieopleiding op hbo-niveau NLQF-5, (die verder niet in dit document aan de orde komt) zit een vertegenwoordiger van de Hogeschool Leeuwarden in de Examen- en Curriculumcommissie.

De opleidingscoördinator van Intop Zorgsector is de secretaris-notulist van de Examen- en Curriculumcommissie.

In verband met curriculumveranderingen is de daarvoor verantwoordelijke curriculumbeheerder van Intop Zorgsector aan de Examen- en Curriculumcommissie toegevoegd.

De uitvoering van de theorieopleidingen en de examens MTA & MTB is door de Examen- en Curriculumcommissie uitbesteed aan Intop Zorgsector.

 

Examens MTA & MTB

De examens MTA & MTB, die onder toezicht van de Examen- en Curriculumcommissie worden opgesteld en afgenomen, zijn theorie-examens met meerkeuzevragen. Als de MTIO voldoet aan de slagingsnorm, die is vastgesteld door de Examen- en Curriculumcommissie, wordt de MTIO het certificaat MTA, respectievelijk het certificaat MTB, uitgereikt.

 

Vooropleiding van de MTIO

In rubriek 1 is de relevantie verklaard van de vooropleiding van de MTIO in relatie tot het beroepenveld. Hier wordt de vooropleiding nader omschreven. Gezien het feit dat medisch-technische apparatuur voornamelijk elektronisch van karakter is, is het van groot belang dat de MTIO voldoende kennis bezit van de elektrotechniek, in het bijzonder de elektronica (zwakstroomtechniek). Steeds meer medisch-technische apparatuur maakt gebruik van ICT, zodat ook voorkennis van dat vak een pre is.

Toelating tot MTA & MTB is daarom alleen wenselijk met minimaal een middelbaar technische vooropleiding in de elektrotechniek/elektronica/informatietechniek, op niveau NLQF-4 (MBO-4). Voorbeelden van dergelijke opleidingen zijn:

  • MBO-4 Middenkaderfunctionaris Engineering/Elektrotechniek/Elektronica.
  • MBO-4 Middenkaderfunctionaris Automatiseringselektronica: MK-AEC.
  • MTS-Elektronica.
  • MEO: Middelbaar Elektronica Onderwijs.
  • MTS-Energietechniek (sterkstroomtechniek) met specialisatie elektronica (zwakstroomtechniek).

Een kandidaat in het bezit van een andere, maar relevante, technische vooropleiding op minimaal NLQF-4-niveau kan, na positieve evaluatie (assessment) en/of positieve beoordeling van zijn leidinggevende worden toegelaten tot MTA & MTB.

Een kandidaat in het bezit van relevante EVC’s op minimaal het NLQF-4-niveau, kan na positieve evaluatie (assessment) worden toegelaten tot MTA & MTB.

Een kandidaat, die niet in het bezit is van een juist diploma, zoals hierboven beschreven, of die niet in het bezit is van relevante EVC’s, kan na het doorlopen en succesvol afronden van een voortraject met relevante vakken (elektronica, wiskunde/statistiek, natuurkunde, scheikunde op MBO-4-niveau), worden toegelaten tot de opleiding MTA & MTB.

Instroom in MTB

De kandidaat die in het bezit is van het diploma MTA kan zonder nadere eisen instromen in MTB. Dit geldt in het bijzonder voor afgestudeerden van de opleiding Engineering van het Techniek College Rotterdam, locatie Schiedam, die in het bezit zijn van het MTA-diploma.

Studiebelastingsuren

De volgende studiebelastingsuren vooronderstellen minimaal een technische vooropleiding op NLQF-4-niveau, zoals hierboven genoemd.

In de opleidingen MTA & MTB komt uitsluitend theorie op maximaal niveau NLQF-4+ aan de orde, waarbij als beginniveau de kennis van natuurkunde, scheikunde, elektrotechniek/elektronica, wiskunde/statistiek en ICT, zoals die in de hierboven genoemde technische NLQF-4-curricula aan de orde komt, uitgangspunt is.

De theorie over medische technologie (inclusief Anatomie & Fysiologie) wordt, zowel in MTA als in MTB, gedurende circa 20 lesavonden van 3 uur aangeboden.

De laatste lesavond wordt, zowel in MTA, als in MTB, een theorie-examen (meerkeuzevragen) van 2 uur afgenomen.

Uitgaande van het hierboven genoemde technische NLQF-4 beginniveau wordt de volgende, nominale studiebelasting verondersteld:

  • MTA: minimaal 180 SBU theorie gedurende circa 6 maanden
  • MTB: minimaal 200 SBU theorie gedurende circa 6 maanden

Deze studiebelastingsuren betreffen dus uitsluitend de theorie-opleiding van de MTIO, gegeven door Intop Zorgsector.

Zoals hierboven in rubriek 1 beschreven, vereist het beroep van de MT een grote diversiteit aan competenties, waarbij het beheersen van de theorie van de medische technologie op minimaal NLQF-4+ niveau een belangrijk en noodzakelijk onderdeel is, maar zeker niet voldoende. Het theorie-onderwijs, dat wordt aangeboden in de opleidingen MTA & MTB, moet dus beschouwd worden als een deel van de opleiding van de MTIO, qua tijdinvestering en opzet beperkt van karakter. Daarom wordt geëist dat de kandidaat, parallel aan de theorie-opleidingen MTA & MTB, werkzaam is als MTIO in een ziekenhuis of bij een leverancier van medisch-technische apparatuur.

Het werkveld formuleert het minimale aantal praktijkuren dat de MTIO moet doorlopen, alsmede de inhouden van de werkzaamheden die de MTIO moet verrichten gedurende die uren.

Het aan dit aan het werk gerelateerde praktische deel van de opleiding van de MTIO valt buiten de verantwoordelijkheid van Intop Zorgsector.

De MTIO die zowel de opleidingen MTA als MTB met goed gevolg heeft afgerond, als voldoende relevante praktijkervaring heeft opgedaan, kan beschouwd worden als gekwalificeerd beginnend beroepsbeoefenaar MT op niveau NLQF-4+.

 

Rubriek 3: Cognitieve eindtermen en -sub-eindtermen MTA & MTB

De theorie-opleiding van de MTIO

De cognitieve eindtermen en sub-eindtermen per vak zijn geformuleerd ten behoeve van de theorieopleiding van de MTIO, die werkt in een ziekenhuis of bij een leverancier van medisch-technische apparatuur. De theorie, die in de opleidingen MTA & MTB onderwezen wordt, is gericht op toepassingen in de praktijk van de MTIO. Het is dus van groot belang dat de MTIO kwantitatief en kwalitatief voldoende praktijkervaring in het werkveld opdoet, parallel aan de theorielessen.

 

Kwalificatieniveau instroom

MBO-4-elektrotechniek/elektronica/informatietechniek: NLQF-kwalificatie 4.

 

Taxonomie van Romiszowski

Intop Zorgsector hanteert voor de niveau-indeling van de eindtermen van de MTA & MTB-opleidingen de taxonomie van Romiszowski:

  • F = Feitelijke kennis (feiten en procedures).
  • B = Begripsmatige kennis (begrippen, principes).
  • Rc/pm/i/r = Reproductieve vaardigheden
     cognitief/psychomotorisch/interactief/reactief.
  • Pc/pm/i/r = Productieve vaardigheden
    cognitief/psychomotorisch/interactief/reactief.

Reikwijdte van de eindtermen

Aangezien de opleiding MTA & MTB uitsluitend theorie betreft, kunnen alleen de drie eerste (cognitieve) niveaus (taxonomiecodes F, B en beperkt Rc) aan de eindtermen worden toegekend. Het taxonomie-niveau Rc van veel eindtermen duidt erop dat het theorie-onderwijs in MTA & MTB niet uitsluitend overdracht van theorie is (F en B), maar theorie-onderwijs dat nadrukkelijk gericht is op toepassingen in de dagelijks praktijk van de MTIO.

Operationele termen

In de volgende cognitieve eindtermen en -sub-eindtermen per vak wordt het F-niveau geoperationaliseerd door het werkwoord kennen; het B-niveau wordt geoperationaliseerd door het werkwoord verklaren; het Rc-niveau wordt geoperationaliseerd door het werkwoord toepassen (= de MTIO toont aan dat hij begrijpt hoe het betreffende item wordt toegepast in de praktijk van de MT).

Kwalificatieniveau uitstroom

Het kwalificatieniveau van de eindtermen is MBO-4+ (NLQF-niveau 4+).

Lijst van cognitieve (meta)eindtermen

De volgende (overkoepelende meta) cognitieve eindtermen zijn voor MTA & MTB als één geheel geformuleerd.

 

 

Cognitieve eindtermen MTA & MTB

 

Nummer

 

Taxcode

 

De MTIO toont aan dat hij/zij…

 

E100.01

kent de anatomische structuren van het menselijk lichaam en hun fysiologische functies.

F

E100.02

begrijpt hoe natuurkundige/scheikundige begrippen en principes in medisch-technische apparatuur worden toegepast.

B/Rc

E100.03

begrijpt hoe rekenkundige/wiskundige/statistische begrippen en principes in medisch-technische apparatuur worden toegepast.

B/Rc

E100.04

begrijpt hoe metrologische begrippen en principes in medisch-technische apparatuur worden toegepast.

B/Rc

E100.05

begrijpt hoe stralings-fysische begrippen en principes in medisch- technische apparatuur worden toegepast.

B/Rc

E100.06

begrijpt hoe veiligheid en kwaliteit van de toepassing van medische techniek in het ziekenhuis kunnen worden gewaarborgd.

B/Rc

E100.07

begrijpt hoe ICT-begrippen en -principes in medische-technische apparatuur, alsmede de computernetwerken waarvan die onderdeel zijn, worden toegepast.

B/Rc

 

Opmerking

Behalve wellicht voor eindterm E100.01 komen, in verband met medisch-technische toepassingen op Rc-niveau, de cognitieve eindtermen zelden zelfstandig voor: met betrekking tot bijna alle medisch-technische apparatuur is sprake van een combinatie van deze eindtermen. Men kan dat herkennen in de hierna volgende lijst met cognitieve sub-eindtermen per vak.

 

Vakkenindeling

De opleidingen MTA & MTB zijn onderverdeeld in vakken: MTA in 14 vakken + 1 inleiding; MTB in 19 vakken + 1 inleiding. De lesstof van de meeste vakken wordt gedurende 1 lesavond van 3 uur besproken; het vak Anatomie en Fysiologie gedurende 4 lesavonden; enkele vakken van MTB nemen slechts een halve lesavond in beslag. Uitgaande van de veronderstelling dat de MTIO de juiste technische vooropleiding op MBO-4 (NLQF-4 niveau) heeft, wordt aangenomen dat de gemiddelde studiebelasting per lesavond van 3 uur, 9 à 10 uur bedraagt.

De meeste vakken van MTB vormen een zelfstandige eenheid binnen de totaalopleiding MTA & MTB; sommige vakken van MTB zijn echter uitbreidingen van vakken in MTA; de betreffende vakken zijn respectievelijk met I en II aangeduid.

De opleidingen MTA & MTB zijn als volgt ingedeeld in vakken.

 

Vakken MTA:

  1. (Inleiding tot MTA)
  2. De Anatomie & Fysiologie van het Menselijk Lichaam
  3. Meten van Bio-elektrische Activiteit
  4. Fysiologische Meetmethoden-I
  5. Ultrageluid-I
  6. Stimulatie
  7. Bloedonderzoek
  8. Stralingsfysica-I & Beeldvorming
  9. Nierfunctie vervangende Technieken-I
  10. Elektrochirurgie
  11. Pneumatiek & Medische Gassen
  12. Informatietechnologie-I
  13. Natuurwetenschap & Techniek
  14. Risicoanalyse-I
  15. Kwaliteitszorg

De hiernavolgende cognitieve sub-eindtermen voor MTA betreffen de vakken A01 tot en met A15.

Vakken MTB:

  1. (Inleiding tot MTB)
  2. Normen, Richtlijnen en Classificatie
  3. Medisch-technische Veiligheid
  4. Onderhoud & Tests
  5. Interferentie
  6. Endoscopie
  7. Patiëntbewaking
  8. Beademing & Anesthesie
  9. Cardiologie & Cardiochirurgie
  10. Medische Lasers
  11. Obstetrie & Neonatologie
  12. Ultrageluid-II
  13. Stralingsfysica-II
  14. EEG & EMG
  15. Nierfunctie vervangende Technieken-II
  16. Informatietechnologie-II
  17. Fysiologische Meetmethoden-II
  18. Optiek & Oogheelkunde
  19. Risicoanalyse-II

De hierna volgende cognitieve sub-eindtermen voor MTB betreffen de vakken
B01 tot en met B20.

 

Cognitieve sub-eindtermen MTA & MTB

H01

Inleiding tot de Medische Technologie MTA

 

Nummer

Dit hoofdstuk is een hoofdstuk ten geleide van de student.

De lesstof wordt bij alle vakken van zowel MTA als MTB gebruikt.

Taxcode

A01.01

De MTIO kent de karakterisering van de medische instrumentatietechniek als een vorm van meettechniek.

 

F

A01.02

De MTIO kent de generieke woorden die in het vakgebied worden gebruikt. Hij kan verklaren hoe ze worden gebruikt en begrijpt hoe ze worden toegepast.

 

F/B/Rc

A01.03

De MTIO kent de stamwoorden, voorvoegsels en achtervoegsels, die in het vakgebied worden gebruikt. Hij kan verklaren hoe ze worden gebruikt en begrijpt hoe ze worden toegepast.

 

F/B/Rc

 

H02

Anatomie & Fysiologie van het Menselijk Lichaam (45 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

A02.01

De MTIO kent de anatomie en fysiologische functie van cellen, weefsels en organen.

F

A02.02

De MTIO kent de anatomie en fysiologische functie van stevigheid en beweging van het menselijk lichaam.

F

A02.03

De MTIO kent de anatomie en fysiologie van het spijsverteringsstelsel.

F

A02.04

De MTIO kent de anatomie en fysiologie van het ademhalingsstelsel.

F

A02.05

De MTIO kent de anatomie en fysiologie van het hart en de bloedsomloop.

F

A02.06

De MTIO kent de anatomie en fysiologie van nieren en urinewegen.

F

A02.07

De MTIO kent de anatomie en fysiologie van de huid en het onderhuids bindweefsel.

F

A02.08

De MTIO kent de anatomie en fysiologie van het zenuwstelsel.

F

A02.09

De MTIO kent de gebruikelijke wetenschappelijke (Grieks/Latijnse) benamingen en hun Nederlandse vertaling die met betrekking tot de eindtermen A2.01 tot en met A2.08 relevant zijn.

F

A02.10

De MTIO kent de gebruikelijke wetenschappelijke stamwoorden, voorvoegsels en achtervoegsels, die met betrekking tot de eindtermen A2.01 tot en met A2.08 relevant zijn.

F

H03

Het meten van Bio-elektrische Activiteit (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

A03.01

De MTIO kan de elektrische activiteit van het hart, cellen, spieren, zenuwen en hersenen beschrijven, en de elektrofysiologie ervan verklaren.

F/B

A03.02

De MTIO kan de diverse meetmethoden waarmee het elektrocardiogram (ECG) wordt opgenomen verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch–technische apparatuur.

B/Rc

A03.03

De MTIO kan de diverse meetmethoden waarmee het elektro-encefalogram (EMG) wordt opgenomen verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A03.04

De MTIO kan de diverse meetmethoden waarmee het elektromyogram (EEG) wordt opgenomen verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medische-technische apparatuur.

B/Rc

H04

Fysiologische Meetmethoden-I (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

A04.01

De MTIO kent de in de medische techniek veel gebruikte grootheden en SI-eenheden en kan verklaren hoe de waarden van die grootheden worden gemeten.

F/B

A04.02

De MTIO kan de terminologie betreffende meetonzekerheid verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A04.03

De MTIO kan de meetmethoden voor het bepalen van de bloeddruk verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A04.04

De MTIO kan de meetmethoden voor het bepalen van het Hart Minuut Volume (HMV) verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A04.05

De MTIO kan de meetmethoden voor metingen in het urinewegstelsel verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A04.06

De MTIO kan de meetmethoden voor cardiotocografie verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A04.07

De MTIO kan de meetmethoden en voor het meten van de lichaamstemperatuur verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A04.08

De MTIO kan de meetmethoden en voor het meten van de longfunctie verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A04.09

De MTIO kan de meetmethoden en voor het meten van de perifere microcirculatie verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A04.10

De MTIO kan de meetmethoden en voor het meten van de lichaamstemperatuur verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

H05

Ultrageluid-I (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

A05.01

De MTIO kent de soorten echoapparaten.

F

A05.02

De MTIO kent de voor- en nadelen van echografie apparatuur t.o.v. CT/MRI- en röntgenapparatuur en hoe die worden toegepast in verschillende klinische situaties.

F/Rc

A05.03

De MTIO kent de klinische toepassingen van echografie.

F

A05.04

De MTIO kan de werking van diverse transducers, die in de Ultrageluid-toepassingen worden gebruikt, verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in de echografie.

B/Rc

A05.05

De MTIO kan de natuurkundige basistheorie van geluidsgolven en ultrageluid verklaren.

B

A05.06

De MTIO kan het principe van reflectie verklaren en begrijpt hoe die wordt toegepast in de echografie.

B/Rc

A05.07

De MTIO kan het principe van refractie (inclusief wet van Snellius) verklaren en begrijpt hoe die een rol speelt in de echografie.

B/Rc

A05.08

De MTIO kan de begrippen geluidsdruk/intensiteit/niveau verklaren en kan de getalsmatige waarden hiervan in elkaar omzetten.

B

A05.09

De MTIO begrijpt de kwadratenwet van geluidsintensiteit.

B

A05.10

De MTIO begrijpt hoe geluidsabsorptie werkt en kan de vuistregel voor echografie toepassen.

B/Rc

A05.11

De MTIO begrijpt het piëzo-elektrisch effect en verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in de echografie.

B/Rc

A05.12

De MTIO kent de verschillende display-modes in echografie (A-Mode, B-Mode en M-Mode) en begrijpt wanneer deze in de echografie worden toegepast.

F/Rc

A05.13

De MTIO begrijpt hoe de beeldfrequentie kan worden uitgerekend en begrijpt wanneer de verschillende beeldfrequenties worden toegepast in de echografie.

B/Rc

A05.14

De MTIO begrijpt hoe een echobeeld wordt opgebouwd en hoe dit wordt toegepast in de echografie

B/Rc

A05.15

De MTIO begrijpt welke factoren de axiale en laterale resolutie bepalen en wat dit betekent voor het echobeeld. Hij begrijpt hoe fantomen de resolutie kan meten en begrijpt de toepassing daarvan voor de kwaliteitsmeting van een echoapparaat

B/Rc

H06

Stimulatie (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

A06.01

De MTIO kan diverse methoden voor het stimuleren van de hartactiviteit verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A06.02

De MTIO kan de werking van een ICD bij de bewaking en mogelijke stimulatie van de hartactiviteit verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast.

B/Rc

A06.03

De MTIO kan diverse methoden voor het stimuleren van de blaasactiviteit verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A06.04

De MTIO kan de fysische verschillen tussen spontaan ademhalen en beademd worden, verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A06.05

De MTIO kan de betekenis van de begrippen die bij beademen gebruikt worden, verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A06.06

De MTIO kent de basiscomponenten van een beademingsapparaat en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast medisch-technische apparatuur.

F/Rc

A06.07

De MTIO kan diverse methoden voor het stimuleren van de ademhaling verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A06.08

De MTIO weet waarom er verschillende beademingsmodi zijn en kan die aan de hand van druk/debiet/tijd-diagrammen verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast medisch-technische apparatuur.

F/B/Rc

A06.09

De MTIO kent de begrippen AV en RV en hij toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast medisch-technische apparatuur.

F/Rc

A06.10

De MTIO kan diverse methoden voor het stimuleren van de pijnonderdrukking verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

H07

Bloedonderzoek (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

A07.01

De MTIO kan de basale chemische en fysiologische begrippen, die bij bloedonderzoek een rol spelen, verklaren.

B

A07.02

De MTIO kan de anatomie en fysiologie van de uitwisselingscyclus van zuurstof en koolzuurgas verklaren.

B

A07.03

De MTIO kan het principe van pulsoxymetrie verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe dat wordt toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A07.04

De MTIO kan het analyseproces in een laboratorium voor bloedonderzoek als meetprincipe, alsmede de werking van de bijbehorende apparatuur, verklaren.

B

A07.05

De MTIO kent de lijst van referentiewaarden van bloed- en urinebestanddelen.

F

H08

Stralingsfysica-I & Beeldvorming (10 SBU)

 

Nummer

Aansluitend op Natuurwetenschap en Techniek (A13).

Taxcode

A08.01

De MTIO kan de natuurkundige begrippen met betrekking tot radioactiviteit en ioniserende straling, in het bijzonder alfa- bèta-, gamma- en röntgenstraling, verklaren.

B

A08.02

De MTIO kan de radiologische eenheden die in de medische techniek worden gebruikt verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medische-technische apparatuur.

B/Rc

A08.03

De MTIO kan verklaren hoe karakteristieke en remröntgenstraling ontstaan en worden toegepast in de diagnostiek en therapie.

B/Rc

A08.04

De MTIO kan angiografie verklaren.

B

A08.05

De MTIO kan computertomografie (CT) verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A08.06

De MTIO kan Positron Emissie Tomografie (PET) verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A08.07

De MTIO kan magnetische resonantie (MRI) verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

H09

Nierfunctievervangende Technieken-I (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

A09.01

De MTIO kent de anatomie van de nier en kan de fysiologie van de nier verklaren.

F/B

A09.02

De MTIO weet wat nierinsufficiëntie en niertransplantatie zijn.

F

A09.03

De MTIO kan de meetgrootheden met betrekking tot nierfunctievervangende technieken verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A09.04

De MTIO kan diverse vormen van hemodialyse verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A09.05

De MTIO kan de natuurkundig-chemische werking van de kunstnier verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A09.06

De MTIO kan diverse varianten van hemofiltratie verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

A09.07

De MTIO kan het principe van de peritoneale dialyse verklaren.

B

A09.08

De MTIO kent een lijst met de chemische formules van ionen en chemische stoffen, die relevant zijn voor nierfunctievervangende technieken.

F

H10

Elektrochirurgie (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

A10.01

De MTIO kent en begrijpt de specifieke elektriciteitsleer van de elektrochirurgie en kan verklaren hoe diverse begrippen uit die elektriciteitsleer worden toegepast in de elektrochirurgie.

B/Rc

A10.02

De MTIO kan de verschillende vormen van hoogfrequente stromen en hun effecten op het menselijk lichaam verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

A10.03

De MTIO kan verklaren welke elektro-chirurgische werkwijze in welke situatie optimale resultaten kan opleveren.

B

A10.04

De MTIO kan de aspecten van veiligheid, die in de elektrochirurgie een rol spelen verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

H11

Pneumatiek & Medische Gassen (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

A11.01

De MTIO kent de natuurkundige begrippen die de basis vormen van de pneumatiek en gasstroomleer in de medische techniek en kan verklaren hoe die begrippen daarin worden toegepast.

F/B

A11.02

De MTIO kan de symboliek van pneumatische schakelingen verklaren.

B

A11.03

De MTIO kent toepassingen van de medische gassen in de medische techniek en kan de werking van meerdere toepassingen verklaren.

F/B

A11.04

De MTIO weet dat er MAC-waarden (maximaal aanvaardbare concentratie, tegenwoordig grenswaarden genoemd) bestaan en toont dat hij zulke waarden weet te vinden in een daarvoor relevante lijst.

F/Rc

A11.05

De MTIO kent de belangrijkste gassoorten en hun eigenschappen, die in de medische techniek worden toegepast.

F

A11.06

De MTIO kent diverse normeringen die van toepassing zijn op medische gasinstallaties en toont aan dat hij relevante normen en standaarden weet te vinden.

F/Rc

A11.07

De MTIO kan de werking van de hoofdcomponenten van medische gasinstallaties verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

A11.08

De MTIO kent de veiligheidseisen die gesteld worden aan medische gas- en vacuüminstallaties en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast.

F/Rc

H12

Informatietechnologie-I (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

A12.01

De MTIO kan de elektronische basisbegrippen van digitale computers, internet en computernetwerken verklaren.

B

A12.02

De MTIO kan de bekabelingsstructuur van digitale computers in computernetwerken verklaren.

B

A12.03

De MTIO kan de diverse elektrische voedingen van digitale computers en hun randapparatuur verklaren.

B

A12.04

De MTIO kent diverse beeldformaten, kent diverse vormen van beeldverwerking en kan verklaren hoe de kwalitatieve eigenschappen van de beelden medische diagnostiek beïnvloeden.

F/B

A12.05

De MTIO kent diverse besturingssystemen.

F

A12.06

De MTIO kent het OSI-model, kan de functie van de diverse lagen in dit model verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

F/B/Rc

A12.07

De MTIO kent de beveiligingseisen die aan een computernetwerk in de medische sector worden gesteld en kan verklaren hoe voldaan kan worden aan die eisen.

F/B

A12.08

De MTIO kent de DICOM-basisprotocollen en -procedures, die worden gebruikt in medische-technische apparatuur.

F

A12.09

De MTIO kent de HL-7-standaard (health level 7), de IHE-standaard (integrating the health enterprise)  en het PACS (picture archival system).

F

H13

Natuurwetenschap & Techniek (15 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

A13.01

De MTIO kent het Periodiek Systeem der Elementen en kan perioden, groepen en categorieën van elementen benoemen.

F

A13.02

De MTIO kent de in de medische techniek veel voorkomende elementen.

F

A13.03

De MTIO kent de opbouw en basale natuurkundige aspecten van atomen, ionen en isotopen.

F

A13.04

De MTIO kent het onderscheid tussen moleculen, stoffen en zouten.

F

A13.05

De MTIO kan de SI-eenheid mol verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast in medische toepassingen, in het bijzonder bij normaalwaarden.

B/Rc

A13.06

De MTIO kan het gebruik van fracties, gehaltes en concentraties verklaren.

B

A13.07

De MTIO kan de structuurformules van de basale chemische verbindingen van koolwaterstoffen en hun nomenclatuur verklaren.

B

A13.08

De MTIO kent de basisgrootheden en daarvan afgeleide grootheden in het SI-eenhedenstelsel. De MTIO kan de functie van de SI-voorvoegsels, die daarbij van toepassing zijn, verklaren.

F/B

A13.09

De MTIO kan de wetenschappelijke en ingenieursnotatie van getallen verklaren.

B

A13.10

De MTIO kan de functie van significante cijfers en significante decimalen in elementaire berekeningen verklaren.

B

H14

Risicoanalyse-I (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

A14.01

De MTIO kan de begrippen risicomanagement en risicoanalyse. verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die in het werkveld van de medisch technicus worden toegepast.

B/Rc

A14.02

De MTIO kent de instanties in de gezondheidszorg, die relevant zijn voor de medische techniek, met name in relatie tot veiligheid en risicoanalyse.

F

A14.03

De MTIO kent en kan verklaren de diverse richtlijnen (o.a. het Convenant Medische Technologie van de NVZ en NFU) aangaande risicoanalyse in de medische techniek en toont aan dat hij begrijpt hoe die in het werkveld van de medisch technicus worden toegepast.

F/B/Rc

A14.04

De MTIO kent en kan verklaren de in de medische techniek gebruikte risicodefinities en toont aan dat hij begrijpt hoe die in het werkveld van de medisch technicus worden toegepast.

F/B/Rc

A14.05

De MTIO weet welke rol normen spelen in de risicoanalyse van medisch-technische apparatuur.

F

A14.06

De MTIO kan de diverse risicoanalysemethoden en de bijbehorende modellen die in de medische techniek gangbaar zijn verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die in het werkveld van de medisch technicus worden toegepast.

B/Rc

A14.07

De MTIO weet hoe gevaarmeldingen d.m.v. MIP en VIM worden gehanteerd.

F

A14.08

De MTIO kent de wettelijke verplichtingen waaraan een zorginstelling dient te voldoen met betrekking tot kwaliteit.

F

A14.09

De MTIO is op de hoogte van de Europese richtlijnen voor medische-technische apparatuur. Hij kan specifiek de consequenties daarvan voor de eigen zorginstelling en MT verklaren en begrijpt hoe die worden toegepast.

B/Rc

H15

Kwaliteitszorg (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

A15.01

De MTIO kent de kwaliteitscyclus van Deming en kan verklaren hoe die wordt gebruikt in de medische technologie.

F/B

A15.02

De MTIO kent wetgeving t.a.v. kwaliteitszorg, prestatie-indicatoren en de NIAZ-accreditatie.

F

A15.03

De MTIO kent het begrip kwaliteitskosten en kan verklaren hoe die kosten een rol spelen in de gezondheidszorg, in het bijzonder de medische techniek, en toont aan dat hij begrijpt hoe die in het werkveld van de medisch technicus worden toegepast.

F/B/Rc

A15.04

De MTIO kent de ISO-9000-serie.

F

A15.05

De MTIO kent het INK-model voor kwaliteitszorg en kan verklaren hoe dat model in de medische techniek zou kunnen worden gebruikt.

F/B

A15.06

De MTIO kan verklaren hoe kwaliteitszorg samenhangt met het gebruik van ICT-beheerssystemen.

B

A15.07

De MTIO kan een aantal instructieve voorbeelden van incidenten in de gezondheidszorg, waarbij kwaliteitszorg betrokken is, verklaren.

B

 

H01

Inleiding tot de Medische Technologie MTB

 

Nummer

Dit hoofdstuk is een hoofdstuk ten geleide van de student.

De lesstof wordt bij alle vakken van zowel MTA als MTB gebruikt.

Taxcode

B01.01

De MTIO kent de karakterisering van de medische instrumentatietechniek als een vorm van meettechniek.

 

F

B01.02

De MTIO kent de generieke woorden die in het vakgebied worden gebruikt. Hij kan verklaren hoe ze worden gebruikt en begrijpt hoe ze worden toegepast.

 

F/B/Rc

B01.03

De MTIO kent de stamwoorden, voorvoegsels en achtervoegsels, die in het vakgebied worden gebruikt. Hij kan verklaren hoe ze worden gebruikt en begrijpt hoe ze worden toegepast.

 

F/B/Rc

 

H02

Normen, Richtlijnen & Classificatie (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

B02.01

De MTIO kan de CE-markering verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B02.02

De MTIO kan de installatienorm NEN-1010 verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische ruimten. De MTIO kent i.h.b. de twee verklarende normen van de NEN-1010.

B/Rc

B02.03

De MTIO kan de classificatie(s) van medische gebruikte ruimten verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die van toepassing is op medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B02.04

De MTIO kan de classificatie(s) van medisch-elektrische toestellen verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt(en) toegepast.

B/Rc

B02.05

De MTIO kan relevante begrippen uit de elektriciteitsleer, die een rol spelen bij de veiligheid, verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B02.06

De MTIO is op de hoogte van de norm voor medisch-elektrische toestellen NEN-EN-IEC 60601. Hij is op de hoogte van de opsplitsingen in delen (606001-1) en delen 2 (60601-2). Hij kan die verklaren en hij begrijpt hoe die worden toegepast.

F/B/Rc

B02.07

De MTIO is op de hoogte van de norm voor medisch-elektrische apparaten NEN-EN-IEC 62353. Hij kan die verklaren en hij begrijpt hoe die kan worden toegepast op medisch-technische apparatuur.

F/B/Rc

B02.08

De MTIO is op de hoogte van de Europese richtlijnen voor medische-technische apparatuur. Hij kan specifiek de consequenties daarvan voor de eigen zorginstelling en MT verklaren en hij begrijpt hoe die worden toegepast.

B/Rc

B02.09

De MTIO kan de constructie van de diverse elektriciteitsnetten verklaren en begrijpt waar deze worden toegepast in ruimtes met diverse, specifieke medische handelingen.

B/Rc

H03

Medisch-technische Veiligheid (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

B03.01

De MTIO kan relevante begrippen uit de elektriciteitsleer, die een rol spelen bij de veiligheid, verklaren en toont aan dat aan hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

Zie ook B02.05.

B/Rc

B03.02

De MTIO kan relevante begrippen met betrekking tot lasers, die een rol spelen bij de veiligheid, verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B03.03

De MTIO kan relevante begrippen met betrekking tot infectiegevaar, die een rol spelen bij de veiligheid, verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

H04

Onderhoud & Tests (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

B04.01

De MTIO kan het onderscheid tussen 1elijns, 2elijns en 3elijns controle van medisch-technische apparatuur en welke normen daarbij een rol spelen verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B04.02

De MTIO kan verklaren hoe de werking van medisch-technische toestellen met behulp van de NEN-EN-IEC 62353 wordt getest en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B04.03

De MTIO kent de rol van de IGZ in relatie tot het periodieke onderhoud van medisch-technische apparatuur.

F

H05

Interferentie (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

B05.01

De MTIO kan de begrippen uit de elektriciteitsleer, die een rol spelen bij elektromagnetische interferentie, verklaren.

B

B05.02

De MTIO toont aan dat hij de rol van elektromagnetische interferentie bij het (dis) functioneren van medisch-technische apparatuur begrijpt.

B/Rc

B05.03

De MTIO toont aan dat hij de invloed van veel voorkomende stoorsignalen en stoorbronnen van elektromagnetische interferentie bij medisch-technische apparatuur begrijpt.

B/Rc

H06

Endoscopie (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

B06.01

De MTIO kent de diverse, aan specifieke anatomie gerelateerde, vormen van endoscopie.

F

B06.02

De MTIO kan de werking van flexibele en starre endoscopen verklaren, alsmede het bijbehorende instrumentarium.

B/Rc

B06.03

De MTIO kan de (digitale) beeldvorming door endoscopen verklaren. en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B06.04

De MTIO kan de werking van de verschillende lichtbronnen, die in de endoscopie worden gebruikt, verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B06.05

De MTIO weet wat MIC (minimaal invasieve chirurgie) inhoudt.

F

B06.06

De MTIO kan het reinigingsproces van endoscopen verklaren.

B

B06.07

De MTIO kent de modernste ontwikkelingen in de endoscopie.

F

B06.08      

De MTIO kan de specifieke technische/elektrische/hygiënische  risico’s en gevaren bij de meest voorkomende endoscopische diagnostieken en operaties, verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die kunnen worden vermeden.

B/Rc

H07

Patiëntbewaking (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

B07.01

De MTIO kent de apparatuur die gebruikt wordt voor patiëntbewaking.

F

B07.02

De MTIO kan de telemetrie, die wordt toegepast in de patiëntbewaking, verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B07.03

De MTIO kan de registratie van het ECG bij patiëntbewaking verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B07.04

De MTIO kan de bloeddrukregistratie bij patiëntbewaking verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B07.05

De MTIO kan de zuurstofsaturatieregistratie bij patiëntbewaking verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B07.06

De MTIO kan de temperatuurregistratie bij patiëntbewaking verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B07.07

De MTIO kan de registratie van het HMV (hart minuut volume) bij patiëntbewaking verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

H08

Beademing & Anesthesie (15 SBU)

 

Nummer

voortbouwend op Pneumatiek & Medische Gassen:

sub-eindtermen A06 en A11

Taxcode

B08.01

De MTIO kan de natuurkundige begrippen die een rol spelen bij beademing en anesthesie verklaren.

B

B08.02

De MTIO kan de werking van debiet-, volume- en drukmeters verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B08.03

De MTIO kan de werking van beademingsapparatuur verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B08.04

De MTIO kan de werking van anesthesieapparatuur verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B08.05

De MTIO kan de werking van respiratoire gasanalyse verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B08.06

De MTIO kan de werking van anesthesie-monitoring verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B08.07

De MTIO kan de mogelijke gevaren bij beademing en het gebruik van beademingsapparatuur verklaren, en toont aan dat hij begrijpt hoe hij de veiligheid kan borgen bij toepassingen van medisch-technische apparatuur.

B/Rc

H09

Cardiologie & Cardiochirurgie (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

B09.01

De MTIO kan telemetrie bij hartbewaking verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B09.02

De MTIO kan hartkatheterisatie verklaren.

B

B09.03

De MTIO kan de werking van pacemakers verklaren.

B

B09.04

De MTIO kan de werking van de antitachycardie-therapie verklaren.

B

B09.05

De MTIO kan de werking van cardio-chirurgische apparatuur verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B09.06

De MTIO kan de rol van onderhoud en veiligheid in de cardiologie en cardiochirurgie verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

H10

Medische lasers (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

B10.01

De MTIO kan de natuurkundige begrippen die een rol spelen bij medische lasers verklaren.

B

B10.02

De MTIO kan de werking van medische lasers verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B10.03

De MTIO kan verklaren welke laser-weefselinteracties kunnen plaatsvinden.

B

B10.04

De MTIO kan de werking van geleidingssystemen voor laserlicht verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B10.05

De MTIO kan de rol van veiligheid en veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van laserlicht verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

H11

Obstetrie & Neonatologie (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

B11.01

De MTIO kan het principe van bewaking van moeder en kind tijdens de bevalling door middel van tocografie (CTG) verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B11.02

De MTIO kan principe van bewaking van de thermoregulatie bij pasgeborenen verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe dat wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B11.03

De MTIO kan, aan de hand van natuurkundige begrippen, de werking van de couveuse verklaren.

B

B11.04

De MTIO kan het principe van de gasuitwisseling bij pasgeborenen verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe dat wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B

B11.05

De MTIO kan de werking van fototherapie verklaren.

B

H12

Ultrageluid-II (10 SBU)

 

Nummer

Voortbouwend op Ultrageluid-I: sub-eindtermen A5.

Taxcode

B12.01

De MTIO kan berekeningen met het dopplereffect verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B12.02

De MTIO begrijpt het principe van Tissue Doppler Imaging en hoe deze technologie kan worden toegepast om de snelheid van de hartwand te meten.

B/Rc

B12.03

De MTIO kan elastografie verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in de echografie.

B/Rc

B12.04

De MTIO kan de 3D- en 4D-technieken in echografie verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in de echografie.

B/Rc

B12.05

De MTIO kan de Fusion met CT/MRI/Röntgen verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die klinisch worden toegepast.

B/Rc

B12.06

De MTIO kan de Contrast Imaging techniek verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in de echografie.

B/Rc

B12.07

De MTIO kent de blok-schematische opbouw van een echoapparaat.

F

B12.08

De MTIO begrijpt de veiligheidsmaatregelen die bij de toepassing van ultrageluid noodzakelijk zijn en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in echografie.

B/Rc

B12.09

De MTIO kan de werking van de niersteenvergruizer verklaren.

B

B12.10

De MTIO begrijpt de werking van chirurgie door middel van ultrageluid.

B

H13

Stralingsfysica-II (30 SBU)

Taxcode

Nummer

Voortbouwend op Stralingsfysica-I & Beeldvorming:

sub-eindtermen A8.

 

(B13.00)

De MTIO beheerst de wiskundige basisbegrippen die in de stralingsfysica worden toegepast: significante cijfers, wetenschappelijke notatie, machten, exponenten, logaritmen, logaritmische as-indeling en exponentieel verval.

Wordt impliciet getoetst

B13.01

De MTIO kent de opbouw van de materie.

F

B13.02

De MTIO kent de meest voorkomende typen ioniserende straling uit radioactieve bronnen.

F

B13.03

De MTIO kan het ontstaan van rem- en continue röntgenstraling verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe dat wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B13.04

De MTIO kan het effect van ioniserende straling in materie en afscherming daarvoor verklaren.

B

B13.05

De MTIO kan de invloed van ioniserende straling op organismen, in het bijzonder het menselijk lichaam, verklaren.

B

B13.06

De MTIO kan het meten van dosis en dosistempo verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B13.07

De MTIO kan de detectie van ioniserende straling verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

H14

EEG & EMG (5 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

B14.01

De MTIO kan functie en meting door het gebruik van elektroden van het EEG verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B14.02

De MTIO kan functie en meting door het gebruik van elektroden van het EMG verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

H15

Nierfunctievervangende Technieken-II (10 SBU)

 

Nummer

Voortbouwend op Nierfunctievervangende Technieken-I: sub-eindtermen A9.

Taxcode

B15.01

De MTIO kan de natuurkundige en chemische aspecten van nierdialyse verklaren.

B

B15.02

De MTIO kan de werking van systemen voor ultrafiltratie verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B15.03

De MTIO kan de werking van machines voor nierdialyse verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B15.04

De MTIO kan het principe van watervoorbehandeling verklaren.

B

B15.05

De MTIO kan het principe van de omgekeerde osmose verklaren.

B

B15.06

De MTIO kan de principes van bemonstering, filtering en desinfectie van water verklaren.

B

H16

Informatietechnologie-II (10 SBU)

 

Nummer

Voortbouwend op Informatietechnologie-I: sub-eindtermen A12.

Taxcode

B16.01

De MTIO kan de archivering van informatie in ziekenhuizen verklaren.

B

B16.02

De MTIO kan het vocabulaire van DICOM verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe dat wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B16.03

De MTIO kan de functie van DICOM, HL-7 en IHE in de gezondheidszorg verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

H17

Fysiologische Meetmethoden-II (10 SBU)

 

Nummer

Voortbouwend op Fysiologische Meetmethoden-I: sub-eindtermen A4.

Voortbouwend op Natuurwetenschap en Techniek, sub-eindtermen A13.09 en A13.10.

Taxcode

B17.01

De MTIO kan de basale (statistische) metrologische begrippen met betrekking tot meetonzekerheid verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B17.02

De MTIO kan, aan de hand van een aantal bijzondere gevallen, de voortplantingswet van meetonzekerheid (formule van Gauss) en de voortplantingswet van systematische meetfouten verklaren.

B/Rc

B17.03

De MTIO kan het verband tussen enerzijds meetonzekerheid en anderzijds het aantal significante cijfers, waarmee een meetresultaat mag worden weergegeven, verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe dat wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

H18

Optiek & Oogheelkunde (10 SBU)

 

Nummer

 

Taxcode

B18.01

De MTIO kan fysisch-optische grootheden en eenheden verklaren.

B

B18.02

De MTIO kan de anatomie en optica van het oog verklaren.

B

B18.03

De MTIO kan breking van lichtstralen en de wet van Snellius verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B18.04

De MTIO kan de werking van positieve en negatieve lenzen verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

B18.05

De MTIO kan de basisprincipes van de oogheelkunde verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast bij medisch–technische apparatuur.

B/Rc

H19

Risicoanalyse-II (10 SBU)

 

Nummer

Voortbouwend op Risicoanalyse-I: sub-eindtermen A14.

Taxcode

B19.01

De MTIO kan de basisstappen voor een PRI verklaren en weet hoe en waar ondersteunende, verklarende informatie te vinden en toe te passen is.

B/Rc

B19.02

De MTIO kent gepubliceerde basisartikelen over toepassingen van risicoanalyse in de medische techniek.

(Deze artikelen zijn opgenomen in de lesmap MTB en/of bijlagenboekje voor MTB).

F/Rc

B19.03

De MTIO heeft kan de voor- en nadelen van veel voorkomen risicoanalysemodellen verklaren en begrijpt hoe hij het juiste model moet toepassen bij een specifiek onderzoek.

(Deze analysemodellen worden beschreven in artikelen die zijn opgenomen in de lesmap MTB en/of bijlagenboekje voor MTB).

B/Rc

H20

Stralingsbescherming (10 SBU)

 

Nummer

Voortbouwend op Stralingsfysica-II: eindtermen B13

Taxcode

B20.01

De MTIO kent het systeem van dosisbeperking volgens de Nederlandse wetgeving en toont aan dat hij begrijpt hoe dat wordt toegepast in relatie tot zijn functie als medisch–technicus.

B/Rc

B20.02

De MTIO kent de principes van de dosimetrie en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in relatie tot zijn functie als medisch–technicus.

B/Rc

B20.03

De MTIO kent de veiligheidsmaatregelen bij ingekapselde bronnen en röntgentoestellen en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in relatie tot zijn functie als medisch–technicus.

B/Rc

B20.04

De MTIO kent de regelgeving ten aanzien van radioactief verval en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast in relatie tot zijn functie als medisch–technicus.

B/Rc

Scroll naar top