Eindtermen MTC

Doel en opbouw van dit document

Dit document beschrijft de cognitieve eindtermen van de theorieopleiding in de medische technologie MTC voor Senior Medisch Technici (SMT’s).

Dit document bevat de volgende rubrieken:

  1. Typering van het beroepenveld in relatie tot MTC
  2. Opleidingsindicaties MTC
  3. Cognitieve eindtermen (meta-niveau) en sub-eindtermen MTC per vak.

Vervolg op het eindtermendocument voor MTA & MTB

   De opleiding MTC voor Senior Medisch Technici wordt beschouwd als volgend op de opleidingen MTA & MTB voor Medisch Technici in opleiding, die beschreven zijn in het separate ‘Eindtermendocument Medische Technologie A & B’.

Referenties:

  • Hiërarchisch volgt het onderhavige eindtermendocument op de: Onderwijs- en Examenregeling (OER) voor de theorieopleiding MTC, versie 1.
  • Hiërarchisch volgt op dit eindtermendocument het ‘Examendeelreglement Medische Technologie C, versie 16’

 

Rubriek 1: Typering van het beroepenveld in relatie tot MTC

Beroepstypering

De volgende beroepstypering is ontleend aan het beroepsprofiel van de Vereniging van Ziekenhuisinstrumentatietechnici (VZI). Medisch Instrumentatie Technici (MT i.h.b. SMT) houden zich in de eerste plaats bezig met het onderhoud en testen van medisch-technische apparatuur/systemen; ze voeren, onder andere, zelfstandig reparaties, kalibraties en periodieke veiligheidsmetingen uit, volgens vastgestelde richtlijnen en protocollen.

Daarnaast hebben ze een adviserende taak bij de aanschaf van de medisch-technische apparatuur/systemen. Hoewel de MT alle algemeen voorkomende eerstelijns-werkzaamheden moet kunnen verrichten, kent het beroep ook specialisaties, bijvoorbeeld MT voor nierfunctievervangende technieken (hemodialyse) of MT voor ioniserende straling producerende installaties, zoals röntgenapparatuur, versnellers en CT-scanners.

Medisch-technische apparatuur

De medische instrumentatietechniek, waarnaar de benaming MT verwijst, heeft een specifiek karakter. Medisch-technische apparatuur is voornamelijk analoog/digitaal elektronische meet- en regelapparatuur, met een steeds groter wordend aandeel van embedded software.

Daarnaast vormt deze elektronische apparatuur in toenemende mate onderdeel van complexe computernetwerken en gegevens verwerkende systemen die de (medische) informatie uit die elektronische apparatuur verwerkt.

Takenpakket van de MT/SMT

De MT is onderdeel van een groter geheel. Primair is hij deel van een team van technici, die gezamenlijk een taak te verrichten hebben: het verzorgen van de gehele levenscyclus van de medisch-technische apparatuur/systemen. De MT heeft echter ook te maken met ‘cliënten’: medici, verpleegkundigen, paramedici en patiënten. Dat betekent dat ook sociale en communicatieve vaardigheden een rol spelen in de dagelijkse uitoefening van de taken van de MT. Zo moet de MT instructie/onderricht kunnen geven aan gebruikers van medisch-technische apparatuur over de werking en de mogelijke risico’s van het gebruik ervan.

Disfunctioneren of verkeerd gebruik van medische apparatuur/systemen kan voor de patiënt, gebruiker of collega’s ernstige of zelfs fatale gevolgen hebben. Daarom heeft de MT een verantwoordelijk beroep: veilig werken en optimale vakkennis staan voorop.

Aangezien de MT geregeld werkt met potentieel gevaarlijke stoffen, heeft hij tevens verantwoordelijkheden ten aanzien van het milieu.

Bij – en nascholing

Door voortdurend veranderende (medische) technologieën en veranderende inzichten ten aanzien van zijn taak wordt van de MT gevraagd d.m.v. bij– en nascholing hierin steeds mee te groeien: een beroepsleven lang leren.

Complexiteit

De gekwalificeerde beginnend beroepsbeoefenaar zal aanvankelijk verantwoordelijk zijn voor een eigen, beperkt takenpakket, onder hiërarchische verantwoordelijkheid van een meer ervaren MT. De complexiteit van zijn takenpakket zal aanvankelijk grotendeels routinematig van karakter zijn, gebaseerd op (geautomatiseerde) standaardprocedures, die uitsluitend functiegebonden kennis en -vaardigheden vereisen.

Na verloop van tijd zal zijn werk over het algemeen complexer worden, met meer verantwoordelijkheid en minder routinematige taken. We zien daarbij in de loop der jaren ook een toename van steeds meer noodzakelijke beroepsonafhankelijke kennis en vaardigheden (zoals sociale, communicatieve en politieke competenties).

 

Theorieopleiding voor de Senior Medisch Technicus (SMT)

De theorieopleiding MTC is op de hierboven beschreven beroepstypering gerichte opleiding, bedoeld voor SMT’s die werken zijn in een ziekenhuis of bij een leverancier van medisch-technische apparatuur.

Die SMT heeft enkele jaren ervaring als uitvoerend medisch technicus en voert zelfstandig werkzaamheden uit, waarbij hij steeds meer als leidinggevende eindverantwoordelijkheid op zich neemt.

 

Uitgangspunten/Vooropleidingen

Uitgangspunten van de theorieopleiding MTC zijn dat de student:

  • minimaal een middelbaar technische vooropleiding in de elektrotechniek (sterkstroomtechniek), elektronica (zwakstroomtechniek) of informatietechniek, op niveau NLQF-4 (MBO niveau 4), heeft gevolgd.
  • de opleidingen MTA & MTB, niveau NLQF-4+, met goed gevolg heeft afgerond.
  • ruime ervaring als MT heeft opgedaan in een ziekenhuis of bij een leverancier van medisch-technische apparatuur. Aanbevelenswaardig is een periode van 3 à 5 jaar.

De SMT, voor wie de opleiding MTC is bedoeld, beschouwt Intop Zorgsector als een gevorderd beroepsbeoefenaar!

Karakteristieken van MTC

De theorieopleiding MTC is fundamenteel theoretisch van karakter. Dat wil zeggen dat steeds natuurwetenschappelijke en technologische principes de basis vormen van de aangeboden onderwijsinhoud. De doelstellingen van MTC overstijgen het leren bedienen van een medisch-technisch toestel, of het kunnen verrichten van geprotocolleerde en/of geautomatiseerde metingen.

Het curriculum van MTC is bedoeld om – voortbouwend op de genoemde vooropleidingen – de SMT diepergaande en bredere specifieke kennis en inzichten te laten verkrijgen over medisch-technische apparatuur/systemen (instrumentkunde) en de SMT te laten zien hoe die kennis en inzichten worden toegepast in het dagelijkse werk van de MT in het algemeen en de SMT in het bijzonder.

MTC is uitsluitend theoretisch van aard.  Hierbij wordt verondersteld dat de SMT zich de noodzakelijke praktische vaardigheden eigen maakt of eigen gemaakt heeft in zijn beroepspraktijk.

Bij de curriculumconstructie van de opleiding MTC is de applicatiecursus Medische Techniek van de Noordelijke Hogeschool in Leeuwarden leidend geweest.

Binnen de onderwijsorganisatie Intop Zorgsector is MTC eindonderwijs. Het fundamentele, technisch-natuurwetenschappelijke karakter van het onderwijs in MTC bereidt de student voor op een verdere studieloopbaan buiten Intop Zorgsector, waarin het volgen van vakcursussen en permanente bijscholing noodzaak zijn.

 

Niveau-indeling

Het niveau van de opleiding MTC is te karakteriseren als EQF-niveau 5. (Niveau van Associate Degree, maar geen volledige Associate Degree-opleiding en geen volledige hbo-opleiding).

Kwalificatie uitstroomniveau: EFQ-5

Gekwalificeerd senior beroepsbeoefenaar

De afgestudeerde van MTC, die tegelijkertijd voldoende uren relevante praktijkervaring in het werkveld heeft opgedaan, wordt beschouwd als gekwalificeerd, senior beroepsbeoefenaar.

 

Rubriek 2: Opleidingsindicaties MTC

Geschiedenis van de opleiding

De opleidingen MTA en MTB zijn een vervolg op de opleidingen LMA en LMB (Leergang Medische techniek A, respectievelijk B), die vanaf circa 1975 tot 1997 werden verzorgd door de NTS (Nederlandse Technische School). In 1997 nam Intop Zorgsector deze opleidingen van de NTS over en introduceerde de benamingen Medische Technologie A (MTA) en Medische Technologie B (MTB).

In 1997 werd tevens de Examen- en Curriculumcommissie Medische Technologie opgericht.

In 1998 werd de eerste opleiding MTA door Intop Zorgsector verzorgd.

In 1999 is Intop Zorgsector ook de applicatiecursus Medische Techniek van de Noordelijke Hogeschool in Leeuwarden (toentertijd de HTS Leeuwarden) in de avonduren en op een centrale plaats in Nederland gaan organiseren.

Examen- en Curriculumcommissie Medische Technologie

De Examen- en Curriculumcommissie Medische Technologie, een commissie met vertegenwoordigers uit het beroepenveld, houdt toezicht op het opstellen en naleven van het examenreglement, de uitvoering van de deelexamens, de beoordelingsprocedure, het beoordelen van nieuwe deelexamenopgaven, het actualiseren van de deelexamenopgaven en de afhandeling van eventuele klachten.

De Examen- en Curriculumcommissie, of namens de Examen- en Curriculumcommissie een gecommitteerde, houdt toezicht op de wijze waarop het examenreglement bij een examen wordt nageleefd.

De Examen- en Curriculumcommissie wordt voorgezeten door een klinisch fysicus, terwijl er binnen de commissie een tweede klinisch fysicus is benoemd, die zich speciaal bezighoudt met het vakgebied van de stralingsfysica en stralingshygiëne. Daarnaast heeft de Examen- en Curriculumcommissie o.a. twee leden van de Vereniging van Ziekenhuisinstrumentatietechnici (VZI), een lid namens de branche van leveranciers van medisch-technische apparatuur (NVTG) en een lid namens de Federatie Het Instrument (FHI).

In verband met de opleiding MTC zit een vertegenwoordiger van de Hogeschool Leeuwarden in de Examen- en Curriculumcommissie.

Intop Zorgsector voert het secretariaat van de Examen- en Curriculumcommissie en levert de secretaris.

De voor curriculumbeheer verantwoordelijke van Intop Zorgsector is aan de Examen- en Curriculumcommissie toegevoegd.

De uitvoering van de opleiding en de deelexamens MTC is door de Examen- en Curriculumcommissie uitbesteed aan Intop Zorgsector.

Deelexamens MTC

De vier deelexamens van de opleiding MTC, die onder toezicht van de Examen- en Curriculumcommissie worden opgesteld en afgenomen, zijn deelexamens met open vragen over theorie.

Als de student voldoet aan de slagingsnorm voor een deelexamen, zoals die is vastgesteld door de Examen- en Curriculumcommissie, wordt de student voor het betreffende vak een deelcertificaat uitgereikt. Zie het ‘Examendeelreglement Medische Technologie C, versie 16’.

Als de student voldoet aan alle voorwaarden voor slagen voor MTC volgens het ‘Examendeelreglement Medische Technologie C, versie 16’. wordt hem het diploma Medische Technologie uitgereikt.

 

Vooropleidingen MTA & MTB voor MTC

Van de student die MTC volgt, wordt alle kennis van MTA & MTB voorondersteld. Daarnaast gaat de opleiding MTC er van uit dat de student enkele jaren als MT praktijkervaring in een klinische setting heeft.

Studiebelastingsuren

De volgende studiebelastingsuren vooronderstellen minimaal een elektrotechnische of elektronica-technische vooropleiding op EFQ-4-niveau, plus MTA & MTB (NLQF-4+) zoals in het eindtermendocument voor MTA & MTB wordt beschreven.

De theorie over medische technologie wordt in MTC gedurende circa 35 lesavonden van ieder 3 uur aangeboden. Er zijn daarnaast vier deelexamens met open vragen van ieder 3 uur.

Uitgaande van het hierboven genoemde beginniveau wordt een minimale studiebelasting van 400 SBU verondersteld. Deze studiebelastingsuren betreffen dus uitsluitend de theorie van de medische technologie!

Zoals hierboven in rubriek 1 beschreven, vereist het beroep van de MT een grote diversiteit aan competenties, waarbij het beheersen van de theorie van de medische technologie op minimaal NLQF-4+ niveau een belangrijk en noodzakelijk onderdeel is, maar zeker niet voldoende. Voor de SMT wordt een opleiding op niveau EFQ-5 wenselijk geacht.

Het theorie-onderwijs, dat wordt aangeboden in de opleiding MTC, moet dus beschouwd worden als een deel van de opleiding van de SMT, qua tijdinvestering en opzet beperkt van karakter. Daarom is het wenselijk dat de student van MTC, parallel aan de theorie-opleiding MTC, werkzaam is als SMT in een ziekenhuis of bij een leverancier van medisch-technische apparatuur. Het aan dit aan het werk gerelateerde praktische deel van het opleidingstraject van de SMT valt buiten de verantwoordelijkheid van Intop Zorgsector.

De SMT die de opleiding MTC met goed gevolg heeft afgerond en voldoende uren relevante praktijkervaring heeft opgedaan, kan beschouwd worden als gekwalificeerd senior medisch technicus.

Rubriek 3: Cognitieve (meta)eindtermen en sub-eindtermen MTC

De Senior Medisch Technicus (SMT)

De cognitieve eindtermen en cognitieve sub-eindtermen per vak zijn geformuleerd ten behoeve van de theorieopleiding MTC voor de SMT, die werkt in een ziekenhuis of bij een leverancier van medisch-technische apparatuur. De theorie, die in de opleiding MTC onderwezen wordt, is gericht op toepassingen in de praktijk van de SMT. Het is dus van groot belang dat de SMT kwantitatief en kwalitatief voldoende praktijkervaring in het werkveld opdoet/opgedaan heeft, parallel aan de theorielessen.

 

Beginniveau

MBO-elektrotechniek/elektronica/informatietechniek, EQF-kwalificatie 4 en NLQF-kwalificatie 4, plus MTA & MTB, NLQF-kwalificatie 4+.

 

Taxonomie van Romiszowski

Intop Zorgsector hanteert voor de niveau-indeling van de eindtermen van de MTC-opleiding de taxonomie van Romiszowski:

  • F = Feitelijke kennis (feiten en procedures).
  • B = Begripsmatige kennis (begrippen, principes).
  • Rc/pm/i/r = Reproductieve vaardigheden
    cognitief/psychomotorisch/interactief/reactief.
  • Pc/pm/i/r = Productieve vaardigheden
    cognitief/psychomotorisch/interactief/reactief.

Reikwijdte van de eindtermen

Aangezien de opleiding MTC uitsluitend theorie betreft, kunnen alleen de drie eerste (cognitieve) niveaus (taxonomiecodes F, B en beperkt Rc) aan de eindtermen worden toegekend. Het taxonomie-niveau Rc van veel eindtermen duidt erop dat het theorie-onderwijs in MTC niet uitsluitend overdracht van theorie is (F en B), maar theorie-onderwijs dat nadrukkelijk gericht is op toepassingen in de dagelijks praktijk van de SMT.

Operationele termen

In de volgende cognitieve (meta)eindtermen en sub-eindtermen per vak wordt het F-niveau geoperationaliseerd door het werkwoord kennen; het B-niveau wordt geoperationaliseerd door het werkwoord verklaren; het Rc-niveau wordt geoperationaliseerd door het werkwoord toepassen (= de SMT toont aan dat hij begrijpt hoe het betreffende item wordt toegepast in de praktijk van de medisch technicus).

 

Kwalificatieniveau Het kwalificatieniveau van de eindtermen is EQF-niveau 5.

 

Cognitieve eindtermen MTC (meta-niveau)

 

Nummer

 

Taxcode

 

De afgestudeerde van MTC toont aan dat hij/zij…

 

MC100.01a

…kan verklaren de anatomische structuren van het menselijk lichaam en hun fysiologische functies.

B

MC100.01b

…kan verklaren de meest voorkomende pathologieën in bovengenoemde anatomische structuren.

B

MC100.02

…begrijpt hoe natuurkundige en scheikundige begrippen en principes in medisch-technische apparatuur worden toegepast.

B/Rc

MC100.03

…begrijpt hoe rekenkundige, wiskundige en statistische begrippen en principes in medisch-technische apparatuur worden toegepast.

B/Rc

MC100.04

…begrijpt hoe metrologische begrippen en principes in medisch-technische apparatuur worden toegepast.

B/Rc

MC100.05

…begrijpt hoe stralings-fysische begrippen en principes in medisch- technische apparatuur worden toegepast.

B/Rc

MC100.06

…begrijpt hoe veiligheid en kwaliteit van de toepassing van medische techniek in het ziekenhuis kunnen worden gewaarborgd.

B/Rc

MC100.07

…begrijpt hoe ICT-begrippen en -principes in medische-technische apparatuur, alsmede de computernetwerken waarvan die onderdeel zijn, worden toegepast.

B/Rc

 

Opmerking

Behalve wellicht voor eindtermen MC100.01a en -b komen, in verband met medisch-technische toepassingen op Rc-niveau, de cognitieve (meta)eindtermen zelden zelfstandig voor: met betrekking tot bijna alle medisch-technische apparatuur/systemen is sprake van een combinatie van deze eindtermen. Men kan dat herkennen in de hierna volgende lijst met cognitieve sub-eindtermen per vak.

  

Vakken van de opleiding MTC

De opleiding MTC bestaat uit de 4 examenvakken 1 t/m 4, en 1 basaal inleidend vak:

Vak 1: Anatomie, Fysiologie & Pathologie (code AFP):  circa 8 lesavonden + 1 deelexamen.

Vak 2: Stralingsfysica-III (code SF-III) + deelexamen: circa 4 lesavonden + 1 deelexamen.

Vak 3: Medische Fysica (code MF) met 1 gezamenlijk deelexamen over de onderdelen:

  1. Deelvak 3a: Laserveiligheid (code MF-LV): circa 2 lesavonden.
  2. Deelvak 3b: Ultrageluid-III (code MF-UG-III): circa 2 lesavonden.
  3. Deelvak 3c: Algemene Medische Fysica (code MF-AMF): circa 5 lesavonden.

Vak 4: Fysiologische Meetmethoden-III (met instrumentkunde) (code FM-III): circa 10 lesavonden + 1 deelexamen.

Basaal inleidend vak 5: Wiskunde/Statistiek (code WSK/STAT): circa 4 lesavonden, GEEN deelexamen.

Examen MTC

  • Het examen MTC bestaat uit 4 deelexamens over de examenvakken 1 t/m 4.
  • Elk deelexamen, bestaande uit circa 15 à 20 open vragen, duurt 3 uur (180 minuten).
  • Het vak Wiskunde/Statistiek wordt niet geëxamineerd, maar de leerstof van dat vak dient als basis voor de kennis van de andere vakken.
  • De lesstof van het inleidende vak 5 kan in de deelexamens over de examenvakken 1 t/m 4 voorkomen.
  • Voor het onderdeel Medische Mechanica (hierboven niet genoemd, maar onderdeel in het curriculum van de Hogeschool Leeuwarden) wordt, gezien de vereiste vooropleidingen voor MTC, een vrijstelling verleend.

Cognitieve sub-eindtermen MTC

 

Examenvak 1: Anatomie, Fysiologie & Pathologie (80/400 SBU)

 

Eindterm

 

Tax. code

C01.01

De afgestudeerde van MTC kan de anatomie en de fysiologische functie van cellen, weefsels, organen en bloedomloop verklaren.

B

C01.02

De afgestudeerde van MTC kan vaak voorkomende pathologie van de bloedomloop, in het bijzonder het hart, verklaren.

B

C01.03

De afgestudeerde van MTC kan de anatomie en fysiologie van de luchtwegen verklaren.

B

C01.04

De afgestudeerde van MTC kan vaak voorkomende pathologie van de luchtwegen verklaren.

B

C01.05

De afgestudeerde van MTC kan de anatomie en fysiologie van zenuwen, hersenen en ruggenmerg verklaren.

B

C01.06

De afgestudeerde van MTC kan vaak voorkomende pathologie van de zenuwen, hersenen en ruggenmerg verklaren.

B

C01.07

De afgestudeerde van MTC kan de anatomie en fysiologie van de nieren en urinewegen verklaren.

B

C01.08

De afgestudeerde van MTC kan vaak voorkomende pathologie van de nieren en urinewegen verklaren.

B

C01.09

De afgestudeerde van MTC kan de anatomie en fysiologie van het hormonale systeem en de zintuigen verklaren.

B

C01.10

De afgestudeerde van MTC kan vaak voorkomende pathologie van het hormonale systeem en de zintuigen verklaren.

B

 

Examenvak 2: Stralingsfysica-III (50/400 SBU)

 

Eindterm

 

Tax. code

C02.01

De afgestudeerde van MTC kan de opbouw van de materie volgens het Standaardmodel verklaren.

B

C02.02

De afgestudeerde van MTC kent de meest voorkomende bronnen van ioniserende straling uit atoomkernen, kan hun ontstaanswijzen verklaren, en weet hoe die bronnen worden toegepast.

B/Rc

C02.03

De afgestudeerde van MTC kent de meest voorkomende bronnen van ioniserende straling uit elektronenwolken, kan hun ontstaanswijzen verklaren, en weet hoe die bronnen worden toegepast.

B/Rc

C02.04

De afgestudeerde van MTC kan de wisselwerking van alfa- bèta en gammastraling en materie kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren, en weet hoe die wordt toegepast.

B/Rc

C02.05

De afgestudeerde van MTC kan de wisselwerking van röntgenstraling en materie kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren, en weet hoe die wordt toegepast.

B/Rc

C02.06

De afgestudeerde van MTC kan de detectie van vaak voorkomende ioniserende straling kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren, en weet hoe die wordt toegepast.

B/Rc

C02.07

De afgestudeerde van MTC kan de standaard röntgen-afbeeldingstechnieken verklaren en weet hoe die worden toegepast.

B/Rc

C02.08

De afgestudeerde van MTC kan afbeeldingstechnieken door middel van ioniserende straling uit atoomkernen verklaren en weet hoe die worden toegepast.

B/Rc

C02.09

De afgestudeerde van MTC kan afbeeldingstechnieken door middel van magnetische resonantie verklaren en weet hoe die worden toegepast.

B/Rc

C02.10

De afgestudeerde van MTC weet hoe ioniserende straling in vaak voorkomende therapeutische toepassingen wordt toegepast.

B/Rc

C02.11

De afgestudeerde van MTC kent een aantal bestralingsstrategieën.

F

 

Examenvak 3: Medische Fysica (110/400 SBU)

 

Eindterm

 

Tax. code

C03.01a

De afgestudeerde van MTC kan de interactie van laserstraling en weefsels verklaren.

F/B

C03.02a

De afgestudeerde van MTC kan kwalitatief en wiskundig/kwantitatief MPE-grenswaarden en gevarenafstand verklaren, en weet hoe die worden toegepast.

B/Rc

C03.03a

De afgestudeerde van MTC kan kwalitatief en wiskundig/kwantitatief reflectie, absorptie en transmissie van laserstraling verklaren, en weet hoe die worden toegepast.

B/Rc

C03.04a

De afgestudeerde van MTC kan de regelgeving aangaande brand en chirurgische rook bij lasertoepassingen verklaren en weet hoe die worden toegepast.

B/Rc

C03.05a

De afgestudeerde van MTC kan de veiligheidsorganisatie rond lasertoepassingen verklaren.

B

C03.06b

De afgestudeerde van MTC kan fysische grootheden en eenheden en de relaties tussen grootheden met betrekking tot (ultra)geluid kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren en weet hoe die worden toegepast in echografische afbeeldingstechnieken.

B/Rc

C03.07c

De afgestudeerde van MTC kan fysische grootheden en eenheden en de relaties tussen grootheden met betrekking tot stroming van vloeistoffen en gassen kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren en weet hoe die worden toegepast in biomedische technieken.

B/Rc

C03.08c

De afgestudeerde van MTC kan de uitwisseling van gassen in het menselijk lichaam verklaren.

B

C03.09c

De afgestudeerde van MTC kan weefselelasticiteit aan de hand van de wet van Laplace verklaren.

B

C03.10c

De afgestudeerde van MTC kan fysische grootheden en eenheden en de relaties tussen grootheden met betrekking tot licht en optica kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren en weet hoe die worden toegepast in biomedische technieken.

B/Rc

C03.11c

De afgestudeerde van MTC kan fysische grootheden en eenheden en de relaties tussen grootheden met betrekking tot warmte kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren en weet hoe die worden toegepast in biomedische technieken.

B/Rc

C03.12c

De afgestudeerde van MTC kan fysische grootheden en eenheden en de relaties tussen grootheden met betrekking tot hemodynamica kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren en weet hoe die worden toegepast in biomedische technieken.

B/Rc

C03.13c

De afgestudeerde van MTC kan fysische grootheden en eenheden en de relaties tussen grootheden met betrekking tot bio-elektriciteit kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren en weet hoe die worden toegepast in biomedische technieken.

B/Rc

 

Examenvak 4: Fysiologische Meetmethoden-III (120/400 SBU)

 

Eindterm

 

Tax. code

C04.01

De afgestudeerde van MTC kent de in de medische meettechniek veel gebruikte fysische (basis)grootheden en SI-eenheden en kan verklaren hoe de waarden van die grootheden worden gemeten.

F/B

C04.02

De afgestudeerde van MTC kan de statistische terminologie betreffende de analyse van meetonzekerheid kwalitatief en wiskundig/statistisch/kwantitatief verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast in medisch-technische meetapparatuur.

B/Rc

C04.03

De afgestudeerde van MTC kan de terminologie betreffende de analyse van meetsignalen en ruis kwalitatief en wiskundig/statistisch/kwantitatief verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

C04.04

De afgestudeerde van MTC kan de werking van analoge elektronica in biomedische apparatuur kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast.

B/Rc

C04.05

De afgestudeerde van MTC kan de werking van digitale elektronica in biomedische apparatuur kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die wordt toegepast.

B/Rc

C04.06

De afgestudeerde van MTC kan de werking van sensoren en omzetters in biomedische apparatuur kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast.

B/Rc

C04.07

De afgestudeerde van MTC kan het elektrotechnische principe van ECG-metingen kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe dat wordt toegepast.

B/Rc

C04.08

De afgestudeerde van MTC kan vaak gebruikte meetprincipes voor de bloedcirculatie kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast.

B/Rc

C04.09

De afgestudeerde van MTC kan vaak gebruikte meetprincipes voor de ademhaling kwalitatief en wiskundig/kwantitatief verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast.

B/Rc

C04.10

De afgestudeerde van MTC kan de statistische terminologie betreffende de bewerking van meetsignalen kwalitatief en wiskundig/statistisch/kwantitatief verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in medisch-technische apparatuur.

B/Rc

 

Basaal inleidend vak 5: Wiskunde & Statistiek (40/400 SBU)

 

Eindterm

Dit inleidende vak behandelt de kwantitatieve basisbegrippen voor de theorie in de examenvakken.

Tax. code

C05.01

De afgestudeerde van MTC kan de algebraïsche begrippen machten, exponenten en logaritmen verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in relevante biomedische toepassingen.

B/Rc

C05.02

De afgestudeerde van MTC kan de begrippen radiaal en steradiaal verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in relevante biomedische toepassingen.

B/Rc

C05.03

De afgestudeerde van MTC kan de lineair algebraïsche begrippen scalair en vector, inwendig product en uitwendig product, verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in relevante biomedische toepassingen.

B/Rc

C05.04

De afgestudeerde van MTC kan het analytische begrip differentiëren verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe dat wordt toegepast in relevante biomedische toepassingen.

F/Rc

C05.05

De afgestudeerde van MTC kan het analytische begrip integreren verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe dat wordt toegepast in relevante biomedische toepassingen.

B/Rc

C05.06

De afgestudeerde van MTC kan de statistische basisbegrippen (in het bijzonder centrummaten, spreidingsmaten, regressie, covariantie en correlatie) verklaren en toont aan dat hij begrijpt hoe die worden toegepast in relevante biomedische toepassingen.

B/Rc

Scroll naar top