Onderwijs- en Examenregeling (OER) voor MTA en MTB

Afdeling A: Algemene bepalingen

 

Artikel A1 Begrippen en afkortingen

  1. OER: Onderwijs en Examen Regeling.
  2. Reikwijdte: Deze OER geldt voor alle studenten die de theorie-opleidingen MTA en/of MTB van Intop Zorgsector volgen.
  3. Bijzondere reikwijdte: in het bijzonder geldt deze OER voor die studenten die het CZO-traject voor de opleiding tot Medisch Technicus volgen. Het theoretische deel van die CZO-opleiding bestaat uit de combinatie van MTA én MTB. Indien van toepassing wordt dat deel met MTAB aangeduid. Zie verder afdeling I in deze OER, die speciaal de CZO-opleiding betreft.
  4. CZO: College Zorg Opleidingen.
  5. MTIO: Student van Intop Zorgsector, die de opleidingen MTA en/of MTB volgt, wordt in deze OER, zonder nader onderscheid, met MTIO: Medisch Technicus in Opleiding, aangeduid. Sommige studenten volgen MTA en MTB als combinatieopleiding MTAB voor het CZO. Alleen m.b.t. tot deze studenten geldt het extra artikel I van deze OER.
  6. MT: Afgestudeerde Medisch Technicus.
  7. In dit document wordt naar de MTIO en MT met ‘hij’ verwezen, maar dat moet nadrukkelijke gelezen worden als ‘hij/zij’.
  8. ECC: Examen- en Curriculumcommissie: de commissie met vertegenwoordigers uit het beroepenveld van de medische technologie, die de inhoud van het curriculum mede bepaalt en officieel vaststelt, alsmede die de inhoud en kwaliteit van de examens MTA en MTB bewaakt.
  9. OC: Opleidingscommissie.
  10. DIR: Opleidingsdirecteur/directeur van Intop Zorgsector.
  11. CIZ: Onderwijscoördinator van Intop Zorgsector.
  12. OD: Onderwijsdeskundige/curriculumontwikkelaar van Intop Zorgsector.
  13. OE: Onderwijseenheid, de twee onderwijseenheden OE MTA en OE MTB,
  14. SBU: Studiebelastingsuren.
  15. EC: European Credit, Europees studiepunt, overeenkomend met 28 SBU.
  16. NRTO: Nederlandse Raad voor Training en Opleiding.
  17. D&E: Deskundigheidsgebied en Eindtermen van de opleiding tot MT, zoals beschreven door de OC-MT van het CZO en aan het beroepenveld beschikbaar gesteld door het CZO.
  18. VZI: Vereniging van Ziekenhuis Instrumentatietechnici.

 

Artikel A2 De Examen en Curriculumcommissie

  1. De ECC voor de theorieopleidingen MTA en MTB, bestaande uit deskundigen uit het beroepenveld, treedt enerzijds op als curriculumcommissie, die de inhoud van de theorieopleidingen mede vormgeeft en officieel de eindtermen vaststelt, en die anderzijds optreedt als onafhankelijke examencommissie voor de examens.
  2. Bij haar werk als examencommissie conformeert de ECC zich aan de richtlijnen voor examencommissies in het servicedocument ‘De Examencommissie’ van de NRTO, van 18 juni 2015.

 

Artikel A3 Korte beschrijving van de theorieopleidingen MTA en MTB

  1. De theorieopleidingen MTA en MTB, worden in de vorm van mondeling avondonderwijs (colleges, eventueel aangevuld met demonstraties van medisch-technische apparatuur) met aanwezigheidsplicht uitgevoerd.
  2. De colleges van MTA en MTB zijn avondcolleges, die de MTIO verplicht moet volgen, naast zijn baan als MTIO in een ziekenhuis of bij een leverancier van medisch-technische apparatuur.
  3. Intop Zorgsector organiseert de roosters, de inzet van leerfaciliteiten, zoals adequaat ingerichte leslokalen en pauzeruimte, les- en werkboeken, hand outs, power point presentaties, videopresentaties, en dergelijke.
  4. In zwaarwegende gevallen (bijvoorbeeld door corona-maatregelen opgelegd door de overheid) kan het mondelinge avondonderwijs worden vervangen door onderwijs per video en/of een internet communicatieprogramma, zoals ZOOM of SKYPE.
  5. Het onderwijs wordt in het Nederlands gegeven.
  6. De opleiding is op NLQF-niveau 4+ = EQF-niveau 4.
  7. De studiebelasting voor MTA bedraagt, voor de gemiddelde MTIO, met de juiste vooropleiding, naar schatting 180 SBU en voor de MTB naar schatting 200 SBU. De totale studiebelasting van MTA en MTB bedraagt dus naar schatting 380 SBU.
  8. Omgerekend in EC’s betekenen deze SBU’s dat MTA overeenkomt met 6.4 EC, afgerond 6 EC en dat MTB overeenkomt met 7.1, afgerond 7 EC. Dit zijn in het NLQF-niveau 4+ en het hoger beroepsonderwijs realistische en gebruikelijke aantallen per OE.

  

Afdeling B: Visie, doelstellingen en eindtermen van de theorieopleidingen MTA en MTB

 

Artikel B1 De visie op opleiden van Intop Zorgsector.

  1. Intop Zorgsector staat voor medisch-technisch theorieonderwijs dat kwalitatief hoogwaardig en inclusief is. Intop Zorgsector organiseert het theorieonderwijs contextrijk: MTIO’s van MTA en MTB, alsmede de docenten, vormen samen een leeromgeving gericht op de praktijk van de MTIO in ziekenhuizen of bij een leverancier van medisch-technische apparatuur. In de onderwijsvisie van Intop Zorgsector benoemt zij deze kenmerken en uitgangspunten van het theorieonderwijs expliciet op de website en in de voorlichting aan de MTIO.
  2. Een integrale resultante van deze visie op onderwijs is het belangrijkste uitgangspunt, het beroepsgerichte theorieonderwijs van Intop Zorgsector zodanig in te richten dat het, qua theorie, zo adequaat mogelijk bijdraagt de MTIO op te leiden tot een volwaardig MT, die zo goed mogelijk is voorbereid op het uitoefenen van zijn beroep.
  3. Intop Zorgsector vindt de studeerbaarheid van haar opleidingen MTA en MTB van groot belang. De docenten realiseren en organiseren onderwijs dat passend is bij hun MTIO’s, binnen en gericht op de beroepscontext waarvoor ze opleiden.
  4. De gehanteerde methodiek in het college-onderwijs zou met socratische methode kunnen worden gekenmerkt: behandeling van de theorie aan de hand van power point sheets, eventueel aangevuld met audiovisuele presentaties en/of met demonstratie van medisch-technische apparatuur, waarbij zowel de docent als de MTIO’s vragen stellen. Bij dat contactonderwijs volgens deze interactieve methodiek leert elke MTIO ook van de vragen en ervaringen van de andere MTIO’s, een reden waarom Intop Zorgsector presentie tijdens de colleges verplicht stelt.
  5. De MTIO, die bij Intop Zorgsector theorieonderwijs volgt, ziet Intop Zorgsector als volwassen werknemer, die met een relevante dosis kennis, ervaringen en competenties instroomt in de theorieopleidingen MTA en MTB. In het leerklimaat dat Intop Zorgsector biedt, wordt iedere MTIO als unieke mens gezien, en daarom, met zijn eigen waardevolle, specifieke karakter, vragen en achtergronden, in zijn waarde gelaten.
  6. In overeenstemming met deze visie op en doelstellingen van haar onderwijs (zie artikel B2) biedt Intop Zorgsector de MTIO kennisoverdracht ten behoeve van het uitoefenen van zijn functie. Didactiek en docentenrol (interactief college met socratische kenmerken als werkvorm) zijn hierbij bij uitstek gericht op het overbrengen van kennis, begrip en inzicht, gestoeld op ervaring, met in acht neming van het kennisniveau van de MTIO.

 

Artikel B2 Doelstellingen van de theorieopleidingen MTA en MTB

  1. MTA en MTB zijn op de praktijk van de MTIO gerichte theorieopleidingen, die door de MTIO worden gevolgd in combinatie met werken in de praktijk, in een ziekenhuis, of bij een leverancier van medisch-technische apparatuur.
  2. De belangrijkste doelstelling van de theorieopleidingen MTA en MTB, in combinatie met het praktijkleren, is dat de MTIO leert, zelfstandig en creatief, relatief complexe, medisch-technische problemen als MT op te lossen.
  3. Doelstelling van het theorieonderwijs in MTA en MTB door Intop Zorgsector is dat MTIO voldoende kennis, inzicht en reproductief cognitieve vaardigheden in het medisch-technische vakgebied verkrijgt, om zodoende de door de ECC vastgestelde (feitelijke, begripsmatige en reproductieve) cognitieve eindtermen te kunnen bereiken.
  4. Een aanvullende doelstelling is dat door de aangeboden vorm van het interactieve theorieonderwijs de MTIO zijn argumentatie-vaardigheden en spreekvaardigheden versterkt.
  5. Intop Zorgsector beschouwt haar onderwijs in MTA en MTB niet als eindonderwijs. Door het fundamentele, technisch-natuurwetenschappelijke karakter van het onderwijs in MTA en MTB is een andere, aanvullende doelstelling de MTIO tevens voor te bereiden op een verdere studieloopbaan, waarin het volgen van vakcursussen en permanente bijscholing noodzaak zijn. In het bijzonder is het onderwijs in MTA en MTB ook gericht op het volgen van de aansluitende hbo-opleiding MTC van Intop Zorgsector, (MTA, MTB en MTC vormen één geheel), of eventueel op een technische hbo-studie aan een hogeschool.

 

Artikel B3 Overkoepelende eindtermen van MTA en MTB op het niveau NLQF 4+

  1. De theorieopleidingen MTA en MTB zijn fundamenteel van karakter. Dat wil zeggen dat steeds natuurwetenschappelijke en technologische principes de basis vormen van de aangeboden onderwijsinhoud. De doelstellingen van de theorieopleidingen MTA en MTB overstijgen het leren bedienen van een medisch-technisch toestel, of het kunnen verrichten van geprotocolleerde en/of geautomatiseerde metingen.
  2. De afgestudeerde van de theorieopleidingen MTA en MTB kan, als MT, functioneren op minimaal NLQF-niveau 4+, qua werk en denken, en kan dit niveau verder ontwikkelen.
  3. De afgestudeerde van de theorieopleidingen MTA en MTB heeft kennis, inzicht, alsmede reproductief cognitieve vaardigheden, op het totaalgebied van de medische technologie, zoals die in de Nederlandse ziekenhuizen en bij leveranciers van medisch-technische apparatuur gebruikelijk voorkomt.
  4. De afgestudeerde van de theorieopleidingen MTA en MTB heeft daarnaast enig inzicht in de vertaling van klinische problemen naar technologische oplossingen en de mogelijk bijkomende ethische en/of maatschappelijke en/of milieumatige aspecten daarvan.
  5. De afgestudeerde van de theorieopleidingen MTA en MTB kan kwalitatieve en elementaire kwantitatieve, statistische technieken toepassen. Hij is in staat om met de daarvoor relevante computerprogramma’s te werken.
  6. De afgestudeerde van de theorieopleidingen MTA en MTB is in staat om handleidingen van medisch-technische apparatuur te lezen en te begrijpen. Hij kan vakliteratuur lezen, begrijpen en kritisch beoordelen. Hij is in staat de gegevens in die literatuur op hun waarde te schatten en op hun toepasbaarheid te beoordelen.
  7. De afgestudeerde van de theorieopleidingen MTA en MTB kan, op zijn niveau, mondeling en schriftelijk communiceren over zijn vak, met vakgenoten en niet-vakgenoten.
  8. De afgestudeerde van de theorieopleidingen MTA en MTB kan inhoudelijk en beargumenteerd bijdragen aan een discussie over medisch-technische apparatuur.
  9. De afgestudeerde van de theorieopleidingen MTA en MTB is in staat om zelfstandig en efficiënt kennis en inzicht te verwerven aangaande voor hem of haar nieuwe medisch-technische vraagstukken.
  10. De afgestudeerde van de theorieopleidingen MTA en MTB ziet de noodzaak in en kan op de hoogte blijven van relevante ontwikkelingen op het vakgebied.

 

Afdeling C: Toelatingseisen

 

Artikel C1 Reguliere instroom

  1. Voor toelating tot de theorieopleidingen MTA en MTB is kennis op het niveau van een technische vooropleiding, met elektrotechniek, elektronica en/of informatietechniek (alsmede de daarvoor noodzakelijke kennis van natuurkunde, scheikunde, wiskunde en statistiek) op MBO-4 niveau, vereist.
  2. In beginsel is het de werkgever, die de MTIO aanmeldt voor de theorieopleidingen MTA en MTB, die beoordeelt of de MTIO over voldoende technische voorkennis beschikt.
  3. Bij twijfel kan de CIZ en OD van Intop Zorgsector worden geconsulteerd. Die kunnen eventueel adviseren dat de betreffende aspirant MTIO eerst bijgeschoold wordt in een voortraject, alvorens dat hij aan de opleidingen MTA en MTB gaat beginnen.
  4. Afgestudeerden van de MTA-opleiding van het Techniek College in Schiedam hebben direct toegang tot MTB.

 

Artikel C2 Instroom na EVC

  1. De MTIO, die een andere vooropleiding heeft, dan de vermelde in artikel C1, lid 1, kan, na gunstige beoordeling in een EVC-traject, worden toegelaten tot de theorieopleidingen MTA en MTB.
  2. Na EVC is het oordeel van de leidinggevende/werkgever van de MTIO over toelaatbaarheid tot de theorieopleidingen MTA en MTB doorslaggevend.

 

Artikel C3 Nadere vooropleidingseisen/Voortraject

  1. Tot EVC-traject, genoemd in Artikel C2, lid 1, kan het volgen van (een deel van) het voortraject van Intop Zorgsector worden gerekend. In dat voortraject, met de vakken wiskunde, natuurkunde, scheikunde en elektrotechniek/elektronica, op het niveau van MBO-4, wordt met nul-toetsen het cognitieve beginniveau van de kandidaat-MTIO, op deze vier vakgebieden, beoordeeld en bepalen eindtoetsen het gewenste instroomniveau van de theorieopleidingen MTA en MTB. Het met een voldoende afsluiten van de voorgeschreven toetsen geeft toegang tot de theorieopleidingen MTA en MTB.
  2. De MTIO die geen Nederlandstalige vooropleiding heeft genoten, dient het Nederlands voldoende te beheersen om het theorieonderwijs MTA en MTB met succes te kunnen volgen.

 

Afdeling D: De opbouw van het curriculum van de theorieopleidingen MTA en MTB

 

Artikel D1 Samenstelling van de opleidingen MTA en MTB

  1. Elk van de theorieopleidingen MTA en MTB is een zelfstandige OE, met dien verstande dat MTB alleen gevolgd kan worden nadat de MTIO MTA succesvol heeft afgerond.
  2. In de OE’s MTA en MTB spelen de natuurwetenschappelijke en technologische aspecten van de gehele en diverse medische technologie een hoofdrol.
  3. Elk van de twee OE’s wordt met een examen afgesloten.
  4. De theorieopleidingen MTA en MTB kennen geen facultatieve onderdelen.
  5. De MTIO, die de examens MTA en MTB met goed gevolg heeft afgelegd, heeft het recht om tot de daarop volgende opleiding MTC (op ELQF-5-niveau) te worden toegelaten.
  6. De theorieopleidingen MTA, MTB en MTC vormen qua visie, doelstellingen, inhoud en vorm één geheel. Samen leiden ze op tot het diploma Medisch Technoloog.

 

Artikel D2 De onderwijseenheden

  1. De OE MTA bestaat uit 14 vakken (hoofdstukken), waarbij elk vak een specialisme in het vakgebied van de medische technologie vertegenwoordigt.
  2. De OE MTB bestaat uit 19 vakken (hoofdstukken), waarbij elk vak een specialisme in het vakgebied van de medische technologie vertegenwoordigt.
  3. De twee OE’s zijn inhoudelijk geordend, waarbij MTA inleidend is en MTB verbredend en verdiepend.
  4. Beide OE’s vormen samen de theoriebasis voor de vervolgopleiding MTC, die samen met MTA en MTB één geheel vormt tot de theorieopleiding tot Medisch Technoloog.

 

Artikel D3 De verplichte onderwijseenheden

  1. De OE MTA bestaat uit de volgende vakken (hoofdstukken):
    1. (Inleiding tot MTA)
    2. Het Menselijk Lichaam (Anatomie & Fysiologie)
    3. Meten van Bio-elektrische Activiteit
    4. Fysiologische Meetmethoden-I
    5. Ultrageluid-I
    6. Stimulatie
    7. Bloedonderzoek
    8. Stralingsfysica-I & Beeldvorming
    9. Nierfunctie vervangende Technieken-I
    10. Elektrochirurgie
    11. Pneumatiek & Medische Gassen
    12. Informatietechnologie-I
    13. Natuurwetenschap & Techniek
    14. Risicoanalyse-I
    15. Kwaliteitszorg
  2. De OE MTA wordt gedurende ongeveer één semester aangeboden en afgesloten met een examen MTA (met driekeuzenvragen) over de vakken 2 t/m 15.
  3. Bij de OE MTA is de werkvorm per vak een interactief hoorcollege (socratische methode), met power point presentatie, eventueel aangevuld met de demonstratie van apparatuur, desnoods aangevuld met audiovisuele middelen.
  4. De MTIO mag maximaal twee maal het examen over de OE MTA herkansen. Als de MTIO na twee herkansingen nog niet is geslaagd voor het examen, is de MTIO verplicht de lessen van MTA opnieuw te volgen. Voor hem geldt dan hetzelfde als voor elke andere MTIO die is ingeschreven voor MTA.
  5. De OE MTB bestaat uit de volgende vakken (hoofdstukken):
    1. (Inleiding tot MTB)
    2. Normen, Richtlijnen en Classificatie
    3. Medisch-technische Veiligheid
    4. Onderhoud & Tests
    5. Interferentie
    6. Endoscopie
    7. Patiëntbewaking
    8. Beademing & Anesthesie
    9. Cardiologie & Cardiochirurgie
    10. Medische Lasers
    11. Obstetrie & Neonatologie
    12. Ultrageluid-II
    13. Stralingsfysica-II
    14. EEG & EMG
    15. Nierfunctie vervangende Technieken-II
    16. Informatietechnologie-II
    17. Fysiologische Meetmethoden-II
    18. Optiek & Oogheelkunde
    19. Risicoanalyse-II
    20. Stralingsbescherming
  6. De OE MTB wordt gedurende ongeveer één semester aangeboden en afgesloten met een examen MTB (driekeuzenvragen) over de vakken 2 t/m 20.
  7. Bij de OE MTB is de werkvorm per vak een interactief hoorcollege (socratische methode), met power point presentatie, eventueel aangevuld met de demonstratie van apparatuur, desnoods aangevuld met audiovisuele middelen.
  8. De MTIO mag maximaal twee maal het examen over de OE MTB herkansen. Als de MTIO na twee herkansingen nog niet is geslaagd voor het examen, is de MTIO verplicht de lessen van MTB opnieuw te volgen. Voor hem geldt dan hetzelfde als voor elke andere MTIO die is ingeschreven voor MTB.

 

Artikel D4 Deelname aan het onderwijs/voorrangsregels

  1. De capaciteit (het mogelijke, maximale aantal te plaatsen MTIO’s per semester) van de OE MTA is beperkt. Bij over-inschrijving van de OE MTA wordt geselecteerd volgens chronologische inschrijving en reservering.
  2. Ook de capaciteit van de OE MTB is beperkt. Bij over-inschrijving van de OE MTB wordt geselecteerd volgens chronologische inschrijving en reservering, met dien verstande dat geslaagden voor het examen MTA altijd voorgaan op MTIO’s die nog niet geslaagd zijn voor het examen MTA.

 

Artikel D5 Het minimale en maximale aantal deelnemers

  1. Indien voor de OE MTA en OE MTB een minimale en/of maximale capaciteit geldt, staat dit vermeld bij de betreffende OE in de informatie (o.a. op de website) voor de MTIO, van Intop Zorgsector.
  2. Wanneer 14 dagen voor de geplande start van een OE zich minder dan 15 MTIO’s hebben ingeschreven voor een OE, kan de DIR beslissen dat het onderwijs in een andere werkvorm aangeboden wordt (bijvoorbeeld onderwijs op afstand) dan beschreven in de informatie van Intop Zorgsector, of dat de OE wordt geannuleerd. Uiterlijk 10 werkdagen voor aanvang van de geplande OE maakt Intop Zorgsector haar beslissing bekend aan de betrokken MTIO’s en aan de ECC.

 

Artikel D6 Vrijstellingen van het volgen van onderwijs

  1. Er bestaan geen vrijstellingen voor het afleggen van de twee examens in de OE’s MTA en MTB.
  2. De MTIO die nadrukkelijk met schriftelijk bewijs kan aantonen al over voldoende kennis van de medische technologie te beschikken, kan tot het examen MTA worden toegelaten zonder het theorieonderwijs in de OE MTA te hebben gevolgd. De DIR besluit, op grond van het aangevoerde bewijs, of de MTIO al dan niet tot het examen MTA kan worden toegelaten. De DIR rapporteert zijn beslissing aan de voorzitter van de ECC.
  3. De MTIO, die geslaagd is voor het examen MTA, en die nadrukkelijk met schriftelijk bewijs kan aantonen al over voldoende kennis van de medische technologie te beschikken, kan tot het examen MTB worden toegelaten zonder het onderwijs in de OE MTB te hebben gevolgd. De DIR besluit, op grond van het aangevoerde bewijs, of de MTIO al dan niet tot het examen MTB kan worden toegelaten. De DIR rapporteert zijn beslissing aan de voorzitter van de ECC.

 

Artikel D7 Toelating tot MTC

  1. De MTIO die beide examens in de OE’s MTA en MTB met goed gevolg heeft afgelegd, heeft recht op toelating tot de vervolgopleiding MTC, op hbo-niveau ELQF-5, die tezamen met MTA en MTB de theorieopleiding tot het diploma Medisch Technoloog vormt.

 

Artikel D8 Keuzeruimte

  1. De theorieopleidingen MTA en MTB hebben een verplichtend karakter. Alle vakken (hoofdstukken) van de twee OE’s MTA en MTB (op de inleidingen na, die louter organisatorische en formele zaken betreffen) worden geëxamineerd. Er kan geen vrijstelling worden verleend voor enig onderdeel van deze opleidingen.
  2. De MTIO die om dringende redenen meer dan twee lesavonden geen onderwijs kan volgen, kan een gemotiveerd verzoek indienen bij de ECC, waarna de ECC de MTIO een vervangende opdracht kan laten uitvoeren ter compensatie van de gemiste colleges. De MTIO moet niettemin toch het volledige examen van de betreffende OE afleggen.

  

Afdeling E: De examinering van de theorieopleidingen MTA en MTB

 

Artikel E1 Eindtermendocument en examenreglementen

  1. Het ‘Eindtermendocument Medische Technologie A & B’ van Intop Zorgsector beschrijft gedetailleerd de inhoud van het curriculum en examens van MTA en MTB.
  2. M.b.t. elk van de theorie-examens MTA en MTB beschikt Intop Zorgsector over een gedetailleerd (deel)examenreglement.
  3. De hierna volgende artikelen E2 t/m E4 zijn op te vatten als uittreksel uit deze twee examenreglementen.

 

Artikel E2 De volgorde van de examens MTA en MTB / Certificaten

  1. Wanneer een MTIO zich aanmeldt of wordt aangemeld voor één van de twee OE’s MTA of MTB, wordt hij automatisch aangemeld voor het bijbehorende examen.
  2. Voor een herexamen moet de MTIO zich apart, schriftelijk, aanmelden. Zonder schriftelijke aanmelding heeft de MTIO geen recht op toelating tot een herexamen.
  3. De MTIO, die is geslaagd voor het examen MTA, ontvangt daarvoor een certificaat als bewijs.
  4. Noodzakelijk voor het mogen afleggen van het examen MTB is dat het examen MTA met goed gevolg is afgelegd.
  5. Om studievertraging te voorkomen is het toegestaan dat de MTIO, die wel het theorieonderwijs van MTA volledig heeft gevolgd, maar het examen MTA (nog) niet met goed gevolg heeft afgelegd, toch alvast het onderwijs in de OE MTB volgt.
  6. Mochten daarvoor dringende redenen bestaan, dan kan de ECC besluiten die MTIO een niet-bindend studieadvies te geven om toch eerst nog een keer het examen in de OE MTA af te leggen, alvorens te beginnen met het volgen van het onderwijs in de OE MTB.
  7. Een uitzondering op één of meerdere bovenstaande lid of leden van onderhavig artikel is ter beoordeling van de DIR.
  8. De MTIO, die is geslaagd voor het examen MTB, ontvangt daarvoor een certificaat als bewijs.

 

Artikel E3 Beoordeling examens

  1. Het examen in de OE MTA is een meerkeuzetoets over de gehele studiestof van de OE MTA, bestaande uit 60 driekeuzenvragen, waarvoor de MTIO maximaal 60 scorepunten S kan behalen (d.w.z. 1 scorepunt per vraag).
  2. De cesuur ligt bij 41/42 scorepunten. ( 1/4 Cesuurscore-5=5,5 dus Cesuurscore = 42 ). Bij een score van 41 is de MTIO niet geslaagd voor de OE MTA; bij een score van 42 is de MTIO geslaagd voor de OE MTA.
  3. Het bij een behaalde score S behorende, gehele cijfer C dat de MTIO wordt toegekend, wordt berekend volgens een tabel.
  4. Het examen in de OE MTB is een meerkeuzentoets over de gehele studiestof van de OE MTB, bestaande uit 60 driekeuzenvragen, waarvoor de MTIO maximaal 60 scorepunten S kan behalen (d.w.z. 1 scorepunt per vraag).
  5. De cesuur ligt bij 41/42 scorepunten. ( 1/4 Cesuurscore-5=5,5 dus Cesuurscore = 42 ).Bij een score van 41 is de MTIO niet geslaagd voor de OE MTB; bij een score van 42 is de MTIO geslaagd voor de OE MTB.
  6. Het bij een behaalde score S behorende, gehele cijfer C dat de MTIO wordt toegekend, wordt berekend volgens een tabel.
  7. Herexamens in de OE’s MTA en/of MTB betreffen de gehele studiestof van de betreffende OE.
  8. Het aantal examenvragen per vak (hoofdstuk) ligt vast in een toets-matrijs.

 

Artikel E4 Examenmomenten

  1. Aan het einde van de OE MTA wordt een examen MTA georganiseerd.
  2. Gelegenheid tot een herexamen over de OE MTA wordt aangeboden, in beginsel binnen de reguliere onderwijsperiodes, maar kan bij uitzondering, na overleg met de CIZ, ook buiten de reguliere onderwijsperiodes worden afgenomen.
  3. Aan het einde van de OE MTB wordt een examen MTB georganiseerd.
  4. Gelegenheid tot een herexamen over de OE MTB wordt aangeboden, in beginsel, binnen de reguliere onderwijsperiodes, maar kan bij uitzondering, na overleg met de CIZ, ook buiten de reguliere onderwijsperiodes worden afgenomen.

 

Artikel E5 De geldigheidsduur van examenresultaten

  1. Door de MTIO behaalde scorepunten en cijfers van de examens in de OE’s MTA en/of MTB worden in de administratie van Intop Zorgsector vastgelegd.
  2. Er is geen einde aan de geldigheidsduur van de door de MTIO behaalde examenresultaten voor de OE’s MTA en/of MTB.

 

Afdeling F: Studiebegeleiding en studieadvies

 

Artikel F1 Studiebegeleiding

  1. De OD van Intop Zorgsector is verantwoordelijk voor de inhoudelijke begeleiding van de MTIO tijdens de theorieopleiding MTAB.
  2. De CIZ van Intop Zorgsector is verantwoordelijk voor de organisatorische begeleiding van de MTIO tijdens de theorieopleiding MTAB.

 

Artikel F2 Studieadvies

  1. De OD, geeft, desgewenst, in overleg met de CIZ en de DIR, studieadvies aan de MTIO en zijn raadgevers, bij moeilijkheden die de aanvang van de studie of de studievoortgang betreffen.
  2. Indien de MTIO dat wenst, kunnen OD en/of CIZ optreden als mentor of kunnen zij verwijzen naar een mentor.

 

Afdeling G: Onderwijsevaluaties

 

Artikel G1 De evaluatie van het onderwijs

  1. De kwaliteit van onderwijsorganisatie, alsmede van de inhoud van de theorieopleidingen MTA en MTB, evenals de examinering van de OE’s MTA en MTB, wordt geëffectueerd aan de hand van de volgende documenten:
    • Kwaliteitshandboek;
    • Evaluaties door de MTIO’s die de OE’s MTA en MTB volgen;
    • Docentenevaluaties;
    • Kwaliteitsoverleg (zie het kwaliteitshandboek voor tijdstippen en frequentie);
    • Verslagen van mondeling en schriftelijk overleg met de docenten.
    • Examenreglement MTA;
    • Examenreglement MTB;
    • Huishoudelijk reglement Examencommissie Medische Technologie.
  2. Doelstellingen van de kwaliteitsbewaking zijn:
    • Continue en periodieke verbetering van het lesmateriaal door de OD;
    • Zo nodig een mogelijke aanpassing van de roosters (welke docent geeft welk vak, veranderingen op de leslocatie, afname van examens op tijden die MTIO’s uitkomen, enzovoorts) door de CIZ.
    • Aanpassen van het curriculum en/of eindtermen in regulier overleg met de ECC;

 

Artikel G2 Interne kwaliteitsbewaking

  1. De DIR is eindverantwoordelijk voor het gehele proces van kwaliteitsbewaking.
  2. Er vindt regulier overleg (gewoonlijk 1x per week) plaats tussen de OD, de CIZ en de DIR met betrekking tot de gang van zaken betreffende de lopende theorieopleidingen MTA en MTB. Doel van dit overleg is de optimale voortgang van de OE’s MTA en MTB en praktische, lopende zaken op korte termijn.

 

Artikel G3 Evaluatie uitvoeringsaspecten

  1. Meerdere keren per jaar houdt Intop Zorgsector een audit op onderwijslocatie over uitvoeringsaspecten.

 

Artikel G4 Evaluatie door de Examen- en Curriculumcommissie

  1. De ECC vergadert regulier twee maal per jaar, bij voorkeur ieder semester één maal.
  2. Tijdens de vergadering van de ECC wordt de organisatorische voortgang van de voorafgaande periode (semester) besproken, alsmede de meest recente examenresultaten per groep van de OE’s MTA en MTB.
  3. Verder wordt in de halfjaarlijkse vergaderingen van de ECC de inhoud van het huidige curriculum van de OE’s MTA en MTB besproken en worden mogelijke aanpassingen daarvan geïnitieerd, uitgaande van ontwikkelingen in het beroepenveld en (eerder) overleg van de OD met de docenten.
  4. Zo nodig vindt extra ad hoc-overleg door de DIR met de voorzitter van de ECC plaats over dringende zaken die niet kunnen wachten tot het reguliere overleg met de ECC.

 

 Artikel G5 Evaluatie door de Examenkamer

  1. Minimaal één maal per jaar vindt er een onaangekondigde audit van de examens plaats door de Examenkamer.

  

Afdeling H: Algemene voorwaarden

 

Artikel H1 Algemene Voorwaarden van de NRTO

  1. Intop Zorgsector is lid van de NRTO (Nederlandse Raad voor Training en Opleiding), waarbij de OD en/of de CIZ de jaarlijkse vergadering bezoeken om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen binnen het particuliere onderwijs.
  2. De NRTO-nieuwsbrieven houden Intop Zorgsector op de hoogte van ‘kleinere’ ontwikkelingen over de wetgeving met betrekking tot particulier onderwijs.
  3. Intop Zorgsector conformeert zich aan het NRTO-document ‘Algemene Voorwaarden B2B voor Particulier Onderwijs en Opleidingen’.

 

Artikel H2 Klachten, bezwaar en beroep

  1. Een kandidaat kan een klacht of bezwaar schriftelijk/digitaal indienen conform het ‘Huishoudelijk Reglement van de Examen- en Curriculumcommissie Medische Technologie’.
  2. Intop Zorgsector conformeert zich aan de ‘Procedure voor Bezwaarschriften’ van de Examenkamer.

 

Afdeling I: De CZO-opleiding MTAB

 

Artikel I1 De CZO-opleiding tot Medisch Technicus

  1. De CZO-opleiding tot MT wordt beschreven in het D&E-document ‘Opleidingseisen van de opleiding tot MT, van 13 februari 2020, versie 1.0, dat men kan vinden op de website van het CZO.
  2. De theorieopleiding MTAB, als onderdeel van de CZO-erkende opleiding tot MT, wordt beschreven in het document ‘Eindtermen MTAB’, versie 4a, 31 oktober 2019 van Intop Zorgsector.
  3. De CZO-opleiding bestaat uit een theoriedeel MTAB, verzorgd door Intop Zorgsector, en een praktijkdeel, verzorgd door het beroepenveld.
  4. Het theoriedeel van MTAB bestaat uit de OE’s MTA en MTB, qua organisatievorm, inhoud en examinering beschreven in de voorgaande artikelen.
  5. Het praktijkdeel, dat in een driejarig traject in één van de Nederlandse ziekenhuizen moet worden uitgevoerd, is tijdens het opstellen van deze OER nog niet geëffectueerd.
  6. Het praktijkdeel valt onder de verantwoordelijkheid van de werkgever van de MTIO en nadrukkelijk niet onder de verantwoordelijkheid van Intop Zorgsector. Intop Zorgsector is uitsluitend verantwoordelijk voor het theoriedeel van de CZO-opleiding tot MT.
  7. Deze OER, m.b.t. het CZO, betreft uitsluitend het theoriedeel MTAB, zoals dat wordt verzorgd door Intop Zorgsector als theorieopleidingen MTA en MTB tezamen.
  8. Als de MTIO geslaagd is voor de twee theorie-examens, van de OE’s MTA en MTB, wordt het resultaat, als zijnde ‘geslaagd voor het theoriedeel MTAB’ aan de CZO gemeld.

 

Afdeling J: Slotbepalingen

Artikel J1 Wijziging en periodieke beoordeling

  1. Een wijziging van deze onderwijs- en examenregeling (OER) wordt door de ECC geïnitieerd en vastgesteld, uitgevoerd door de OD en/of CIZ, onder verantwoordelijkheid van de DIR.
  2. Een wijziging van deze OER kan slechts betrekking hebben op een lopend semester van de OE’s MTA en MTB, indien de belangen van de MTIO’s daardoor aantoonbaar niet worden geschaad.

Artikel J2 Overgangsbepalingen

  1. In afwijking van de vigerende OER kunnen voor de MTIO’s, die met de opleiding zijn begonnen onder een eerdere OER, overgangsbepalingen gelden, bijvoorbeeld door de verandering van vak-inhouden of het toevoegen of verwijderen van vakken (hoofdstukken). In zo’n geval zorgt de DIR van Intop Zorgsector voor een regeling die de studeerbaarheid van de opleiding voor de betreffende MTIO’s niet in gevaar brengt.

Artikel J3 Bekendmaking

  1. De DIR draagt zorg voor een passende bekendmaking van deze regeling, alsmede van elke wijziging daarvan.
  2. Deze OER wordt geplaatst op de website van Intop Zorgsector en wordt geacht te worden bekendgemaakt in de informatie voor de MTIO’s.

Artikel J4 Inwerkingtreding

Deze OER treedt in werking met ingang van 1 juli 2021.

Aldus vast te stellen door de Examen- en Curriculumcommissie in haar vergadering in het najaar van 2021.

Scroll naar top